#32 L.S. – 2008 – 2012

30 Jan
Hoewel ik in een geboortehuis wilde bevallen, overtuigde mijn man me om naar het ziekenhuis te gaan voor ons eerste kind. Het was toch gemakkelijker zo…
De eerste maanden van mijn zwangerschap waren stralend, mijn kindje was zeer gewenst en ik was in de wolken met mijn veranderende lichaam. De eerste controle in België (wij wonen in het buitenland) was dan ook pas op 18 weken. Ik werd ook aangeraden de OGTT te doen en werd teruggeroepen.
Ik was twee puntjes boven de toegelaten waardes, dus: op controle bij de diabetoloog. Mijn gynaecoloog vod het er eigenlijk een beetje over en zei me dat ik – was ik vijf jaar eerder gekomen – er zeker door was geweest. Maar ja, « algemeen ziekenhuisbeleid ».
Ik moest de vingerprik doen, maar zat algauw, zelfs met een aangepast dieet, boven de waardes. Insuline dus.
De volgende maanden prikte ik 7x daags in mijn vinger en stak ik drie keer per dag een naald in mijn buik. Op het einde zelfs vier keer. Het plezier was eraf. Voortaan dacht ik enkel aan mijn voeding, aan geen pieken maken…
De diabetologe had gezegd dat gestationele diabetes vaak een inductie werd, dus ik was erop gebrand de waardes normaal te houden, want ik wou een normale bevalling.
Op zeven maand kwam ik terug naar België. Mijn glycemische waardes waren perfect. Naar het einde van mijn zwangerschap begon ik zelfs Vietnamese kippenbouillon te eten als ontbijt om zeker niet te pieken. Ik was overtuigd de inductie te vermijden. Tot ik terug op controle ging bij de gynaecologie (een andere, die zich bezighield met GD). Het verdict: « Inductie »
« Maar ik heb nergens pieken, mijn waardes zijn perfect… »
« Algemeen ziekenhuisbeleid. »
« Maar kan ik daar dan niks aan doen? »
« Neen. »
De bevalling verliep goed, maar erna had ik hevige bloedingen. De vroedvrouwen in de kraamkliniek waren echter heel behulpzaam en vriendelijk.
Mijn dochter werd geboren in Juni 2008
Voor mijn tweede zwangerschap wist ik: niet meer in het ziekenhuis!
Ik ging dus op zoek naar vroedvrouwen, gedurende de drie jaar tussen mijn twee kindjes.
Ik schreef ze allemaal aan, eerlijk mijn verhaal vertellend… En had dan toch een praktijk gevonden.
Ik vertelde ze vanaf de introductiemail mijn wensen, mijn voorgeschiedenis, mijn situatie (verblijvend in het buitenland).
Ik ging op controle bij deze vroedvrouwen en het klikte meteen… Er was een jongere en een oudere. De oudere voelde aan als thuiskomen, de jongere vond ik wat minder, maar nog altijd heel sympathiek.
Ik belde ze regelmatig en stuurde mijn onderzoeksresultaten op – vanuit het buitenland – via mail.
Op de mails kreeg ik nauwelijks antwoord en dus moest ik keer op keer bellen.
Toen ik terug in België kwam zou ik op controle gaan, maar die controle werd afgezegd. En dan kreeg ik telefoon: of ik toch niet nog eens die en die test zou doen. Ok, al was dat niet wat er afgesproken was.
Weer telefoon: « We voelen ons hier toch niet goed bij. We vinden dat we je niet genoeg kennen. Als je baby te zwaar is, dan krijgt hij schouderdystosie en dan is het te laat, dan verliezen we jou of je kind. »
Ik heb hen dan gemaild dat ik geen vertrouwen meer had in hen en ik de bevalling niet met hen wou doen. Een lauw ok was wat ik terugkreeg. Ik was toen 37 weken zwanger.
Mijn zoon gaf geen reactie bij de geboorte en werd in de couveuse gelegd. Ik mocht hem niet aanraken… dat zou hem ‘overstimuleren’. Ik wou borstvoeding geven, net als bij mijn dochter, maar dat konden ze dan niet monitoren, dus ze gaven hem flesvoeding, zonder mijn toestemming.
Zie maar dat je genoeg kan pompen, zeiden ze, dan kunnen we hem jou melk geven.
Al had ik doorheen de ganse zwangerschap mijn dochter borstvoeding blijven geven, de eerste dagen ging het pompen niet vanzelf. Ik huilde, ik vloekte, ik zag het allemaal niet meer zitten. Ik zat daar alleen op mijn kamertje terwijl mijn zoon alleen in zijn bakje lag en ik niet aan hem mocht komen.
Ik had de vroedvrouwen gezegd mij te komen halen als hij huilde, maar hoorde na de eerste nacht dat hij ‘oncontroleerbaar’ had gehuild gedurende een uur. Niemand was mij komen wekken.
Dag twee had ik toch mijn zoon kunnen vasthouden en oh wonder: het deed hem goed. ‘Laten we dat dan wat vaker proberen’. Echter elke keer er aflossing van de wacht was moest ik opnieuw vechten om mijn zoon te kunnen houden. Opnieuw vechten om hem aan de borst te kunnen leggen en geen flesjes tussenin te geven.
Elke keer ging ik op mijn kamer huilen, alleen… er was te weinig personeel en ze hadden geen tijd om even een praatje te maken. De vierde dag kon ik me niet meer sterk houden en begon ik te huilen aan de couveuse.
Vier vroedvrouwen liepen langs.
De laatste kwam even bij me staan. « Moeilijk he, als het niet gaat hoe je het gedroomd hebt. » En ze was weer weg.
Niemand kwam me vragen hoe het ging. Ik ben nu, meer dan een jaar verder nog moeizaam aan het bekomen van mijn postnatale depressie.
Mijn zoon is geboren in januari 2012.
Publicités

Laisser un commentaire

Entrez vos coordonnées ci-dessous ou cliquez sur une icône pour vous connecter:

Logo WordPress.com

Vous commentez à l'aide de votre compte WordPress.com. Déconnexion / Changer )

Image Twitter

Vous commentez à l'aide de votre compte Twitter. Déconnexion / Changer )

Photo Facebook

Vous commentez à l'aide de votre compte Facebook. Déconnexion / Changer )

Photo Google+

Vous commentez à l'aide de votre compte Google+. Déconnexion / Changer )

Connexion à %s

%d blogueurs aiment cette page :