# 37 Minke – Nederland – 2005

31 Jan

De voorweeën

Regelmatig speelde de gedachte aan een derde kindje door mijn hoofd. Ik vond de eerste jaren met Amke en Evie erg druk en miste de tijd om lekker te kunnen genieten van mijn meidenstel.
‘Het is net alsof ik een tweeling heb,’ verzuchtte ik regelmatig.
Toen Amke naar school ging werd het rustiger. Het leek me leuk om lekker rustig te kunnen tutten met een baby als Evie straks ook naar school zou gaan maar een serieus verlangen was er niet.
Onze uiteindelijke keus om te proberen een derde kindje te krijgen was nogal impulsief. Ik raakte meteen zwanger en dat overviel ons nogal. We hadden ons niet eens kunnen voorbereiden op, verlangen naar en verheugen op een nieuwe zwangersschap. Maar ja, als je A zegt moet je ook B zeggen, dus ik belde de vroedvrouw van weleer op. Ze liet ons al met negen weken zwangersschap komen en ze had iets nieuws: een echo-apparaat.
We zouden meteen al ons babytje in spé kunnen zien!
We keken verwachtingsvol naar het scherm. Ik zag een tweetal vlekjes, maar waar was nou het vruchtje?
‘Zie jij wat ik zie?’ vroeg de vroedvrouw.
‘Is het een tweeling?!’ vroeg Marco ontzet.
Ze zei van ja.
Ze zei; ‘Dan moet je in het ziekenhuis bevallen.’
Ik weet niet of er in Nederland een wet bestaat waarin staat dat een ander mag bepalen waar ík mijn kinderen ter wereld zou brengen, maar dit zijn zaken die ik mij toen totaal niet afvroeg.
Ik dacht: Ik moet dus naar het ziekenhuis. Ik probeerde nog wat kritische vragen te stellen, maar ik had geen flauw idee wat me te wachten stond.
De rest van het consult hielden we ons sterk, maar toen we terug reden stortten we in elkaar. Het was teveel in één keer.
Abortus was geen optie voor ons, maar we maakten een aantal dramatische dagen door voor we weer konden lachen.
Die winter was ik vaak ziek, griep, verkouden, voorhoofdsholteonsteking ed.
Maar vanaf de lente ging het goed en was dit de prettigste zwangersschap van allen. Ik kwam maar 15 kilo aan. Ik had mijn bekkenistabiliteit goed onder controle. Dat komt omdat ik nu full-time huisvrouw was en mijn werk kon aanpassen aan mijn lichaam.
Ik kon tot het eind toe blijven fietsen en werd een bezienswaardigheid in het dorp. Vanaf een maand of zeven begonnen mensen verontrust te vragen wanneer die baby van mij in godsnaam zou komen. Ik droeg accentuerende kleding om zo veel mogelijk met mijn ronde buik te kunnen pronken. Ik voelde me mooi.
Het enige vervelende was dat ik veel last had van stress-incontinentie.
Ditmaal las ik geen roze-wolk-bladen meer. Daar had ik nu helemaal de buik vol van (!) en ik ging er zondermeer van uit dat wanneer ik iets bijzonders moest weten, mij dat wel verteld zou worden. Er was geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht dat er bewust informatie voor mij achtergehouden zou worden.
Mei en juni waren zeer warme maanden. De laatste twee weken zetten mijn enkels en voeten op van het vocht. Mijn moeder kwam logeren om te helpen.

Vanaf de jaarwisseling ging ik voor controles naar het ziekenhuis. Mijn vaste gyneacoloog was een man. Een vijftiger, schat ik, met een kaal geschoren hoofd.
Het intrigeerde me. Waarom kiest een man voor dit werk?
Ik probeerde hem wat te peilen, te doorgronden, maar er kwam weinig uit. De consulten duurden kort, want alles ging altijd goed. Hij keek meer naar de notulen op zijn beeldscherm dan naar mij en bleef mij hardnekkig met mijn mansnaam aanspreken, terwijl ik gewend ben mijn eigen achternaam te gebruiken.
Maar toch was hij niet onaardig. Hij had een beetje vaderlijke, beschermende attitude. Zo van ‘papa weet wel wat goed voor je is.’
Ik vond dat wel prettig, maar bleef het de hele zwangersschap door een bevreemdend gevoel vinden.
Ik kreeg geen grip op mijn aanstaande bevalling.
Kon me niet voorbereiden en had het gevoel achter de feiten aan te hobbelen. En dat terwijl er helemaal geen feiten waren. Alles ging toch goed?!
Ik stelde mijzelf gerust met de gedachte dat het ziekenhuis de veiligste plek is om een baby te krijgen.
Vragen over mijn zwangersschap en op handen zijnde bevalling, werden steeds gesust met zinnen als: Maak je maar geen zorgen. Alles gaat goed. Je vorige zwangerschappen en bevallingen verliepen ook allemaal goed. Het enige verschil is dat het er nu twee zijn. Als de eerste er uit is, komt de tweede vanzelf. Enz, enz.
Ik liedt mijzelf in slaap sussen. Mijn lichaam en ik wisten hoe we moesten bevallen en over mijn babytjes hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Perfekt!

Ik kreeg erg vaak een echo. We wouden graag weten wat het zou worden en al gauw kregen we iedere keer de bevestiging dat het ditmaal om twee heerschappen zou gaan. Het duurde niet lang of ik had een tondeuse-set in huis. Heerlijk: twee jongetjes. Natuurlijk zouden we met meisjes ook blij zijn geweest, maar s’morgens acht staartjes opbinden leek me wel wat veel!
Op een gegeven moment lieten de echo’s alleen maar een onoverzichtelijke baby-cluwen zien, maar het was wel duidelijk dat er een hoofdje voor de baarmoedermond lag, dus ik kon natuurlijk bevallen.

Op het laatst moest ik regelmatig aan een hartscan. Nou, ja, de baby’s dan. Dat moet dan een half uur aan elkaar, maar omdat het steeds zo lastig werd gevonden om beide baby’s en mama uit elkaar te houden, was ik er soms wel twee uur zoet. Ik werd er helemaal gaar van.
Maar alles bleek altijd goed te zijn.

Na een probleemloze zwangersschap stelde de gyneacoloog voor om de bevalling in te leiden.
Ik herinner mij dit laatste consult nog goed. Ik was samen met mijn moeder gekomen en hadden er net weer zo’n scansessie op zitten. Het was weer bloedheet.
Het was druk in de wachtkamer, dus ik verwachtte weer een lange zit en had ons beiden een kop thee
ingeschonken bij de koffie/thee kar.
Toen zag ik hem naar mij wenken vanuit de verte.
Ik kon meteen mee. Fijn!
‘Mag mijn moeder mee?’riep ik.
Hij knikte ja.
‘Onze thee ook?’
Onze thee ook.
We liepen door de gang naar zijn spreekkamer en zag links van me steeds open deuren naar een paralelle gang waar hij gelijk met ons op liep.
Ik moest hardop lachen om het effekt. Toen we bij de spreekkamer elkaar de hand schudden zei hij :’Je ziet er stralend uit!’
Ik was supervrolijk en supergevleid.
Hij zei :’Ik stel voor om de bevalling in te gaan leiden. Dat is standaard bij 38 weken tweeling-zwangerschap’.
Ik vond het prima. Ik had genoeg van die hitte.

Wat houdt dat precies in dat inleiden? Wat zijn de voordelen/nadelen? Zoveel nadelen? Is dat nou
wel nodig? We zijn alle drie gezond?
Mijn twee andere kinderen zijn met 38/39 weken geboren. Is het dan niet waarschijnlijk dat dezen zich ook vlot zullen gaan melden?
Helaas; bovenstaande zin is fictie.

Ik kreeg een foldertje mee over inleiden. En ik heb die écht heel aandachtig gelezen. Ik maakte
me zo’n beetje de volgende voorstelling: één keertje extra toucheren vanwege de gel en daarna komt er een gewone bevalling.
Er zijn misschien wat meer mensen bij, maar ik ging er zonder meer van uit, dat ik op de hoogte zou zijn van naam, funktie en reden van aanwezigheid.
Echt waar.
Natuurlijk had ik destijds in de roze-wolk-bladen wel de verhalen van vrouwen gelezen die tijdens het inleiden of na het vliezenbreken in een meedogenloze weeënstorm belanden. Dan dacht ik: goh, vervelend als je lichaam dit met je doet. Verder niks.
En natuurlijk hield ik er rekening mee dat een bevalling zwaarder kan uitvallen dan verwacht, maar dat iedereen zeker wist dat deze bevalling zwaar zou zijn, behalve ik zelf, dat wist ik niet.
Thuis zei Marco: ‘Is dat nou nodig? Het lijkt me zo onnatuurlijk.’
Ik sloeg het in de wind. Dan weet je van te voren wanneer je kind geboren wordt. Nou en?
De vroedvrouw kwam op bezoek. Ik had haar gevraagd om de nazorg bij mij te doen. Ik vertelde haar dat ik met een paar dagen ingeleid zou worden.
‘En je hebt daar vrede mee?’ vraagt ze.
‘Ja, waarom zou ik dat niet hebben?’
Verder werd er niet over gesproken.
Ze zei dat ze bij de bevalling aanwezig zou zijn.
‘Vraag ze om mij te bellen bij 6 cm ontsluiting.’ zei ze.
Ik meende dat ze er bij wou zijn om mij te ondersteunen. Waarvoor anders?
Tot op de dag van vandaag is het mij nog steeds niet duidelijk waarom ze nou eigenlijk zo graag bij mijn bevalling aanwezig wou zijn.

De dag van de bevalling

Een paar dagen later, op dinsdag 28 juni 2005 liep ik, in het gezelschap van Marco om 8.00u de afdeling verloskunde binnen. Op de deur stond een bordje ‘Verboden voor onbevoegden’.
Het beloofde een mooie warme dag te worden en ik was, hoewel een beetje zenuwachtig, goedgehumeurd.
Later bleek er op deze afdeling geen airco aanwezig, maar blijkbaar vond men het niet nodig om geplande bevallingen af te zeggen op zulke tropische dagen.
Het voeteneinde van het bed stond nog net niet pal tegenover de deuropening. Ik vond dit heel vervelend.
Achteraf staat die deur tegenover mijn vagina symbool voor deze bevalling en de attitude van de mensen die zich er mee bemoeiden.
Na het nodige getut ivm hartscan van de beide baby’s, werd om 9.30u de gel aangebracht.
Dat was de eerste manuele penetratie van die dag. Er zouden nog vele malen volgen.
Het leek erg rustig op de afdeling. We kregen drinken en Marco kreeg uitleg over de bel.
In de loop van de ochtend begon het een beetje te « rommelen ». Rond het middaguur moesten we weer met ons drietjes aan de scan. Ik werd vastgeketend aan drie elektrodes. Eén per baby en één voor de weeën-aktiviteit. Het kostte enorm veel moeite om de juiste plekken te vinden, dus ik durfde mij amper te verroeren.
Ik kreeg ook nog een infuus en ik was zo helder om te vragen waarvoor. Om mij vocht toe te dienen en als het nodig mocht zijn konden ze mij meteen weeënopwekkers toedienen. Het komt weleens voor dat de weeën stil komen te vallen.
O ja? Dat wist ik niet. En waar voor had ik vocht nodig? Dat is standaard, werd mij gezegd. Aha.
Ik vroeg mij af waarom drinkvocht niet genoeg was, maar liet ze maar begaan. Deze wereld was zo vreemd en onoverzichtelijk.
Omstreeks die tijd nam de weeënactiviteit toe en had ik 5 cm ontsluiting. Ik had hele goede weeën.
En toen stond de gynaecoloog naast mijn bed en zei: ‘We gaan even de vliezen breken. En dan breng ik meteen een elektrode op het hoofdje van de eerste baby.’
Misschien herinnerde hij zich ineens dat hij de bus nog moest halen?
Of dat hij die avond uitgenodigd was voor een feestje?

Waarom moet dat? Ik heb toch voldoende weeën?
Wat is het nut van vliezen breken en wat zijn de conseqenties?
Waarom nóg een elektrode? Is die op mijn buik kapot, dan?
Heb ik dat gevraagd? Welnee. Ik bevond mij nog steeds in de verdwaasde toestand dat ik geen andere keus had dan gewoon te doen wat men tegen mij zei.
Bovendien wist ik niet dat dit een techniek was om een bevalling te doen versnellen en dat de weeën hier pijnlijker door kunnen worden. Ik had simpelweg geen idee.
Dus deed ik braaf mijn benen uit elkaar, want ik vermoeddde toch wel dat hij daar ergens moest zijn.
Waarom, waarom moest dit toch?

Hij duwde zijn hand erg diep in mijn vagina. Ik dacht: ‘O, mijn God. In wat voor wereld ben ik beland,’ Ik zuchtte diep om te kunnen ontspannen en klampte mij vast aan het bed. Ik was bang dat hij mij anders helemaal omhoog zou duwen.
Naast mij was Marco stil aanwezig.

‘Waarom heb je toen in godsnaam die vliezen gebroken?!’ vroeg ik 7 maanden later aan aan de gynaecoloog. ‘Dat is standaard bij het inleiden,’ zei hij en haalde zijn schouders op.
Oftewel: wat maakt het uit……..

Meteen nadat de vliezen breken, terwijl de gynaecoloog nog bezig is de elektrode op het hoofdje van de laagstgelegen baby te plaatsen denk ik Oei, wat heftig ineens?, maar meen dat ik wel de rust weer zou kunnen vinden om de weeën weg te kunnen puffen zodra die hand uit mijn vagina weg zou zijn.
Ik vraag of mijn vroedvrouw gebeld kan worden bij 6 cm ontsluiting.
Meteeen stuift de verpleegkundige weg en ik denk: rustig maar, het kan nog wel een uurtje wachten!
Iedereen gaat weg en we zijn weer alleen, mijn man en ik. Al gauw krijg ik persdrang.
Ik zeg: ‘Volgens mij moet ik al persen!’
Ik word getoucheerd (alweer…). Nee, hoor nog maar 6 cm.
Wanhopig klem ik mijn benen tegen elkaar, maar de vroedvrouw, inmiddels gearriveerd, duwt ze gedecideerd weer uit elkaar; met gespreide benen ontsluit het beter. De rest van de tijd houd ik mijn voeten om de bedranden geklemd.
Hoe kan ik het omschrijven, die pijn van de weeën twee en een half uur lang, zonder pauzes of pauzes te kort om op adem te kunnen komen.
Volgens mijn herinnering ben ik al die tijd blijven puffen, maar een vrije keuze is het niet meer. Het is puffen of stikken. Het is niet te doen en niet te dragen. Mijn wil is allang afgehaakt en wil stoppen, maar dat lichaam weet
maar door en maar door en maar door en maar door……
Zo nu en dan is er een pauze, helemaal zonder pijn, waarin ik mij zelf voel weg zakken in een zalig niets. De eerste keer denk ik even dat dit nou dood gaan moet zijn, maar later besef ik ergens ver weg dat zelfs dát mij niet gegund is en dat die fijne diepe rust slechts tijdelijk is.
Het benul en de kracht om hier tegen te protesteren is er niet. Adem om te schreeuwen van de pijn is er niet.
Er gebeurt van alles met mijn lichaam en zelf heb ik niet meer de geringste zeggenschap hier over.
Zo lang puffen in zulk warm weer maakt dat mijn mond pijn doet van de droogte. De vroedvrouw vraagt: « Wil je wat drinken? » Ik schud mijn hoofd; geen tijd om te slikken.
Alles is pijn en een andere gedachte is er niet.
Er is geen plek voor de troostende gedachte dat ik dadelijk mijn baby’s in handen zal hebben. De gedachte aan de baby’s is op dit moment verder weg dan ooit.
Alles wat buiten mij zelf gebeurt lijkt zo ver weg en onwerkelijk. Alsof ik andere mensen alleen maar zie op een kleine televisie aan het eind van de kamer.
De twee vingers van mijn man in mijn hand waar ik in mag knijpen zijn er wel, maar ik voel ze niet echt. De hand van de vroedvrouw op mijn been word wel geregistreerd, maar de troost die er van moet uitstralen dring niet tot mij door.
Ze laten me dood gaan.
Regelmatig een hand in mijn vagina. Ik raak de tel kwijt. En mijn laatste restje waardigheid en zelfrespekt.
En die meedogenloze warmte. Ik zweet zoals ik nog nooit van mijn leven heb gezweet. Mijn lange haren hangen in een lage staart in mijn nek en zijn kliedernat, maar niemand die op het idee komt om ze op te binden. Of vind men mij te vies om aan te raken?
Een heel enkele keer zie ik mensen in het wit naar de machine naast mij kijken. Ik probeer ze te roepen met mijn ogen, maar ze zien mij niet. Ze kijken naar de machine.
Op het laatst pas kon ik roepen: ‘Help mij.’ verschillende keren.
Ik hoorde steeds ‘sssssssst’, maar werd niet geholpen.

En ineens is het druk rond mijn bed. De witte jassenbrij stelt zich in een halve cirkel op rond de baby-uitgang. Er worden grapjes gemaakt over mijn verlepte uiterlijk.
Het laken over mijn schoot wordt weggetrokken. Er wordt een schijnwerper op mijn vagina gericht.
Wat is dit voor een vertoning? Waarom moet ik nog meer vernederd worden? Wat hebben zij er aan, en wat hebben wíj er aan, dat ze nu elke porie van mijn vagina kunnen waarnemen?
Ik zie een tafeltje met mesjes een meter of zo van het voeteneinde van het bed. Ik heb er een heel goed uitzicht op.
Ze doen van alles om het voor zichzelf zo makkelijk mogelijk te maken. Maar ik word hier steeds meer door belemmerd. Wie gaat er hier nou eigenlijk bevallen?
Als dit mijn eerste bevalling zou zijn geweest, was het mij niet gelukt. Deze omgeving en deze benadering zijn zo vrouw-onvriendelijk, dat ik het als een wonder beschouw dat er vandaag de dag überhaupt nog baby’s vaginaal geboren worden in een ziekenhuis. Elke medische ‘deskundige’ die maar niet snapt waarom vrouwen tegenwoordig steeds moeizamer bevallen zou eens op dat bed moeten gaan liggen, op zijn/haar rug. zonder kleren aan zijn onderlijf en omringt door starende collega’s, met een schijnwerper op zijn/haar anus gericht. En dan moet hij/zij eens proberen te gaan poepen. Dan zou er toch wel een lichtje gaan branden, neem ik aan? De medische hulpverlening rondom bevallen schiet zijn doel compleet voorbij!

Blijkbaar mag ik nu persen dus dat zullen we dan maar doen. Maar hoe moet dat zonder kracht, zonder reserves en in deze omgeving? Ik ben wanhopig op zoek naar het laatje met reserve-kracht, dat mij tijdens de voorgaande bevallingen zo goed heeft geholpen, maar er is niks te vinden. Ik zie wel een gele fontein op spuiten!
« Wat is dat, ben ik aan het plassen? »
« Ja, door persen! »
De vroedvrouw ‘doet’ de bevalling. Eigenlijk kan ik die aanhalingstekens wel weg halen, want mijn bevalling is het allang niet meer. Ze praat kortaf tegen me; snauwerig.
Marco houdt mijn linker been vast, de gyneacoloog de rechter.
En toch gaat het heel snel. Al gauw staat het hoofdje van de eerste baby. Ik voelde de ongelooflijke druk en rek op al het weefsel in
mijn onderlichaam. Ik voelde scheurtjes in mijn vlees trekken.
Grote consternatie om mij heen. Later blijkt dat Berend, hij is pas ingedaald nadat de bevalling op gang was gebracht, met zijn gezicht naar buiten wil komen. Mijn man wordt naast mij weg gedirigeerd om met zijn digitale camera een foto te maken van mijn vagina. De vroedvrouw wil hier graag een foto van hebben. Marco maakt een foto van de vagina van zijn vrouw. Hij doet het met flits.
Ik wordt opnieuw vernederd, en ditmaal door mijn man, mijn maatje, de vader van mijn kinderen.

Een gezichtje heeft, zoals je wel zult weten, geen fontanelletje.
De vroedvrouw roept om een mes.
‘Deze?’
‘Nee, die andere!’
Ik zie de verpleegkundige een ander mesje uitzoeken, die ze aanrijkt.
De vroedvrouw snijdt snel. Ik voel hoe de snee wordt gezet. Ik voel een vreselijke, vreselijke pijn.
Dus ik gil en roep ?AU? en dan ?AU? en vervolgens ?AUAUAUAUAUAUAU!!!!!!!!!!!!!

De gynaecoloog vraagt « Waar doet het pijn? »

Waarschijnlijk staat er in één of ander boekje dat het ‘knipje’ geen pijn doet. Als zij een vrouw horen gillen van de pijn, wat denken zij dan?
Goh, het boekje klopt niet. Of Goh, deze vrouw klopt niet.

De gyneacoloog schudt aan mijn schouder. Ik kijk hem aan. Hij maakt een beweging naar tussen mijn benen. Ik zie hoe Berend uit mij komt en wordt opgevangen. Onmiddelijk wordt hij op mij gelegd.
Dat voelt zo heerlijk; dat kleine, natte, warme lijfje.
Hij heeft een dik, rond gezichtje Het is gezwollen en er zit bloed op (van mij, gelukkig niet van hem). Hij huilt driftig. De elektrode
zit op zijn voorhoofd. Vlakbij zijn oogjes. Hij is mooi. Het was 15.49u.
‘En, hoe heet deze jongen?’ vraagt de gyneacoloog.
Ik zoek naar adem, ik zoek na mijn stem. Waar is ie? Net had ik hem nog.
Marco, zeg eens wat!’
‘Berend.’ ik hoor een bibberstemmetje, maar het is me toch maar gelukt!
Dan voel ik een nieuwe weeëngolf op zetten.
Wat moet ik doen met Berend? Maar hij is al weg.
Het was misschien maar één perswee, een golf vruchtwater (wegdeinsende witte jassen!) en Maarten kwam er aan; in onvolledige stuit, 8 minuten na zijn broer; 15.57 om precies te zijn.
Als hij op mij ligt, zie ik zijn mooie gave hoofdje en fijn gezichtje. Hij is ook mooi. Hij jammert klagelijk met een erg hoog stemmetje.
Ik bibber zijn naam en ontvang complimenten over onze naamkeuze.
Dit keer mag Marco de navelstreng door knippen, bij Berend hadden ‘zij’ het snel even gdaan.
Er gebeurd nog van alles aan mijn vagina. Een hoop gehannes. Ze gaan hun gang maar. Ik wil niks meer van dat ding weten.
de nageboorte komt. Men verwondert zich over het enorme formaat.
Ze houden hem voor onderzoek. Daaruit komt de bevestiging dat beide jongens een eigen vruchtzak hadden en dat er geen aanwijzingen zijn voor een ééneïge tweeling.
Dankzij de blauwe plekken op Berends gezichtje hadden we meteen vanaf het begin geen enkele moeite om onze zoontjes uit elkaar te houden.
Berend had ook en litteken op zijn voorhoofd van de elektrode. Ik heb verschillende keren gevraagd of die elektrode niet in zijn oog terecht had kunnen komen. De ontkennende antwoorden hebben mij nooit gerust kunnen stellen.
Berend woog bij zijn geboorte 3120 gram en was 49 cm lang. zijn Apgar-score was 9-10.
Maarten woog 3180 gram(Berend weegt nu meer dan 1 kilo zwaarder dan zijn broer!), zijn lengte was 50 cm. Zijn Agpar-score was ook 9-10.
Er was dus geen enkele reden om ze met zoveel haast uit mijn lijf te moeten mangelen.

In het allereerste begin was ik reuze trots op mij zelf. Ik had het gewonnen van de dood en extreme pijnen én twee prachtige kindjes op de wereld gezet. Een schouderklopje zou wel op zijn plaats zijn meende ik.
Marco uitte zijn standaard complimenten, maar dat vond ik wel een beetje lauw. Was hij dan niet bang geweest dat hij mij zou verliezen?!
Berends aangezichtsgeboorte was een complete verrassing voor me. Ik wist niet eens dat een baby zo geboren kon worden. Ik vond het onbegrijpelijk dat er hier geen enkel woord aan werd verspild. Een ‘knipje’ dat pijn doet was naar mijn idee overbodig, maar excuses vond men blijkbaar niet nodig.
Ik bestond niet. De kamer werd al gauw leeg.
Iemand hechtte het ‘knipje’ en sprak onderwijl op zachte geamuseerde toon met een mee kijkende stagaire. De vroedvrouw deed zeer enthousiast over het mooie naaiwerk (schuldgevoel?). Ik heb hier inderdaad geen fysieke last van gehad.
Voor ze weg ging omhelsde ze me. Ik was al te versteend om er op te kunnen reageren. Ik vond haar hypocriet.
Als ik dood was gegaan had er niemand een traan om mij gelaten.
De gyneacoloog kwam nog even langs. ‘Het is goed gegaan, he?’ en hij schudde Marco de hand. Ik kan me echt niet meer herinneren of hij mijn hand ook heeft geschud.
Alleen de kinderarts die de kindjes had onderzocht, bukte naar mijn niveau om míj te vertellen over de jongetjes. Ik vond dat fijn.
Eindelijk iemand die mij zag. Ging vragen stellen om haar bij mij te houden.
Er was personeelsgebrek dus ik werd heel kort gedouched en werd verder verzorgd door een onbeholpen, goedhartig persoon, die zei dat ze het allemaal ook niet wist, maar er wel voor zorgde dat ik de broertjes aan de borst kon leggen. Dat was fijn. Ze dronken goed, die kleine schatjes.
‘Had ik een weeënstorm?’ vroeg ik aan de langsstuivende verpleegster.
‘Welnee!’ zei ze en haalde haar schouders op.
Ik voelde me afval.
We moesten wachten tot er iemand tijd had om ons te ontslaan en om 21.00 mochten we eindelijk naar huis!

Toen we bij huis kwamen liep mijn moeder ons tegemoet en ik voelde de tranen in mij opwellen.
Toen zag ik achter haar twee ranke kleuters in hun pastelkleurige pyamaatjes naar buiten glippen. Mijn dochters! Ik slikte mijn tranen in.
Laat ze alsjeblieft nooit een kind willen. Laat ze in godsnaam steriel blijven!

We gingen in de huiskamer zitten en Berend en Maarten werden uitgebreid bewonderd door hun zussen. Ze hielden hun broertjes heel teder vast en keken ademloos van bewondering naar de kleine poppetjes. Amke en Evie waren vanaf het allereerste begin dol op hun broertjes en nooit jaloers geweest.
Er kwam een kraamverzorgster om mij naar bed te brengen. Het was een doenderige moederlijke vrouw, die er onmiddelijk voor zorgde dat ik boven kwam in bed. Er móest iemand achter mij lopen op de trap. Als ik liep voelde het alsof er een mud aardappelen heen en weer rolde in mijn onderbuik. Ze leerde Marco hoe hij mij schoon kon spoelen nadat ik had geplast. Vervolgens leerde ze Marco hoe hij voor mij moest lopen en mij moest ondersteunen als ik er s’nachts uit moest.
Zo goed en zorgzaam was ik nog nooit behandeld!
We waren er met zijn allen confuus van.
En toe lag ik eindelijk in mijn heerlijke waterbed. Wat was ik toch moe!
Nog even de broertjes voeden voor ik ging slapen.
De naweeën deden zo’n pijn dat ik er misselijk van werd en zij pakte een kom en hield mij vast, terwijl de rest van de familie stilletjes toe keek.
Van mij mocht ze wel voor altijd blijven, maar helaas, ik zou haar niet meer terug zien. Ze was niet de vaste verzorgster. Die zou morgen komen.
Ze nam afscheid met een omhelzing.
Die nacht waren de broertjes heel rustig.
Toch lag ik de hele nacht wakker.

De naweeën

De hele kraamweek werd er niet over de bevalling gepraat. Dat was lekker makkelijk want dan hoefde ik er ook niet over na te denken. Het was net alsof er helemaal geen bevalling was geweest!
De week kwam vooral in het teken staan van de borstvoeding. Iedere keer als de broertjes huilerig en onrustig waren legde ik ze aan. Dan bleven ze eindeloos doordrinken en hielden er vanuit zich zelf niet los. Dus dan maakte ik er na een tijdje zelf maar een eind aan. Al gauw leerde ik hoe ik ze tegelijk kon voeden, want zo lang konden ze lang niet altijd op elkaar wachten. s’Nachts waren ze net zo onrustig en ze sliepen bij Marco en mij, dus de eerste nachten hebben we geen van vieren geslapen.
Op zich dronken ze goed, maar ik kreeg pijnlijke tepels. Ik denk omdat ze zo vaak dronken. Ik begon tepelhoedjes te gebruiken, maar de jongens waren al flink gewend aan mijn tepels en vonden die hoedjes helemaal niet fijn.
Na een paar dagen kreeg ik stuwing en ik dacht: Gelukkig. Nu zullen ze wel gauw kalmeren. Maar er veranderde niks. De druk op mijn borsten was wel minder na het drinken, dus daar lag het niet aan. Had ik nu huilbaby’s?
Eén vriendin, die op kraamvisite kwam in de eerste week, probeerde met mij te praten over de bevalling. Ik weerde het af. Ze probeerde het opnieuw. Toen kwam de vroedvrouw binnen en ging het gesprek over de tepelhoedjes, die zij helemaal niks vond. Gehaast deed ik ze af. Ik voelde mijn vriendin naar mij kijken. De volgende dag ging ze op vakantie en zou ik haar een paar weken niet spreken.
De kraamverzorgster stelde voor de broertjes ombeurten aan te leggen en ombeurten een flesje te geven en ik was zo uitgeput (sinds de bevalling niet meer geslapen) dat ik het idee met beide armen omhelsde.
Het verschil was meteen merkbaar: het broertje dat een flesje kreeg ging daarna lekker slapen.
Het broertje dat aan de borst was geweest bleef onrustig, mocht ook de andere borst leeg slurpen en sliep dan hooguit een klein uurtje.
Het vocht dat uit mijn tepels kwam was vrij transparant, maar ik weet niet meer hoe dat was bij Amke en Evie destijds.
Na een etmaal wisselvoeding was ik er helemaal klaar mee en schakelde volledig over op de fles.
Toch blijf ik mij schuldig voelen. Huilden ze wel vanwege honger.? Huilden ze niet om míj? Voelden ze dat ik hun geen liefde en bescherming kon geven omdat ik op slot zat? Zodra ik mij probeerde te openen voor mijn kinderen, voelde ik die negatieve emoties opkomen en het besef dat niemand mij zou missen als ik dood zou zijn en dan sloot ik mij weer af.
Vanaf de eerste volledige flesvoedingdag werden het heel andere babytjes. Rustige veelslapers, met ingebouwde regelmaat, zoals ik gewend ben en hele verklaarbare verdrietjes. Maarten heeft een tijdje een klein beetje last van krampjes gehad, maar dat waren vlaagjes van een minuut. Voor de rest waren het modelbaby’s. Zíj stonden de roze wolk niet in de weg.

We waren thuis gekomen met een hele stapel papieren. Het één was voor de kraamhulp, het ander voor de vroedvrouw, het volgende voor de huisarts. Voor ons bleven twee kleine afgescheurde kladbriefjes over met wat sumiere gegevens over de jongens. Ik vroeg aan Marco of we helemaal geen bevallingsverslag hadden gekregen. Geen doorslag of wat dan ook? Hij zei van niet.
Wist hij dan nog hoe lang ik hebt geperst. Nou, euh…zo ongeveer.
Wist hij dan wat er allemaal in dat infuus was gedaan? nou, euh…geen idee.
Ik vond het maar raar dat ik zelf geen verslag van mijn eigen bevalling had gekregen. Verdacht zelfs. Hadden ze iets te verbergen? Hebben ze iets met mijn lichaam gedaan wat ik niet mag weten?
Maar misschien zocht ik er te veel achter en is dit gewoon weer opnieuw het bewijs dat men mij die dag niet als mens heeft gezien maar gewoon als een vagina met een casus. Natuurlijk hebben ze mij geen verslag mee gegeven. Heeft iemand ooit een vagina zien lezen?!

Na een week ging de kraamverzorgster weg. Mijn moeder ging een paar dagen naar haar eigen huis.
Een jong kennisje kwam een dagje helpen. In de praktijk kwam het er op neer dat ze vooral met een baby in haar armen zat. Ach, dat is natuurlijk óók belangrijk!
Na 1½ week was Marco een dagje weg om een nieuwe gezinsauto te kopen en was ik voor het eerst een dagje alleen met al mijn kinderen.
En ik huilde de hele dag. Brak helemaal stuk.
Marco kwam thuis en bleef maar vertellen over de auto. Ik zei hem dat ik die afschuwelijke bevalling maar niet kon vergeten.
Hij schrok zich rot. En kwam vervolgens meteen in de verdediging. Er zou namelijk regelmatig aan mij zijn gevraagd hoe het met mij ging en ik had iedere keer ‘goed’ gezegd.
Daar kon ik mij helemaal niks meer van herinneren!
Mijn moeder belde op om te vragen hoe het ging met de broertjes. Ik vertelde haar, ongevraagd ook hoe het met mij ging.
Daar keek ze niet van op. ‘Het is heel normaal dat een ingeleide bevalling zo pijnlijk is.’ zei ze.
‘Waarom heb je mij dat niet eerder verteld?’ vroeg ik.
‘Ik wou je niet bang maken.’ zei ze.
‘Je had het mij moeten vertellen!’
Ze zei dat ik maar moest accepteren dat dit zo is gebeurd, want het moest nou eenmaal zo.

Ik ging er over te praten met vouwen in mijn omgeving en kreeg steeds te horen dat extra pijn logisch was bij een ingeleide bevalling. Ik maakte een afspraak met de gyneacoloog. Ik wist zeker dat er een vergissing in het spel was en dat hij was vergeten mij goed voor te lichten en dat hij daar nu excuses voor zou geven.
Dit gesprek vond ± 3 weken na de bevalling plaats. Ik ging alleen. De relatie tussen Marco was nu niet goed, vandaar.
Hij was niet geïnteresseerd in mijn verhaal.
Hoefde niet van zijn fouten te leren, want die had hij niet gemaakt. Vond het blijkbaar maar raar dat ik er over wou praten. De kindjes zijn geboren, niemand heeft lichamelijke schade, dus waarom zitten we eigenlijk hier?
Hij begon met te vragen hoe het met de jongens was.
‘Goed.’
Als die vraag gesteld wordt, wordt ik wantrouwend. Wil de vrager inderdaad weten hoe het met ze gaat? Of is dit een hint om aan te geven dat er nu er twee gezonde jongetjes zijn geboren dat er verder niets of niemand meer is, die er toe doet?
Hij wees mij er op dat deze bevalling mijn keuze was geweest en dat het van hem niet per sé had gehoeven.
Een zin die ik letterlijk heb onthouden was: « Dit waren hele normale weeën, die moeten prima te doen zijn, maar blijkbaar heb ik jou verkeerd in geschat. »
Hij vertelde mij niet tot waartoe hij mij dan wel had ingeschat, maar het was meer dan duidelijk dat ik niet aan een bepaalde norm voldeed en dat ik mij daar eigenlijk heel erg voor moest gaan schamen.
En: « Natuurlijk had je een ruggeprik kunnnen krijgen, maar daar had je wel even om moeten vragen. Wíj vonden dat het wel lekker vlot ging.
Ík vind een standaard ruggeprik niet nodig, want de meeste vrouwen vinden dit toch prima om te doen. »
En de stelling: ‘De meeste vrouwen beschouwen de weeën van een ingeleide bevalling als pijnlijker als die van een normale, maar wel als prima te doen.’
Subjectieve pijnbeleving, dat zou het volgens hem kunnen zijn geweest.
Subjectieve pijnbeleving vond ik een belachelijke term. Zeg dan maar gewoon dat ik kleinzerig ben!
Maar ik begrijp nu dat deze term heel erg op mij van toepassing is. Het zijn de omstandigheden rondom deze bevalling, die het voor mij zo pijnlijk en traumatisch maken.
Hoofdschuddend bekeek hij het schema waarop de weeën geregistreerd stonden. Dit ging echt niet te snel, voldoende pauzes tussendoor, kortom, niks aan de hand.
Hij gedroeg zich zakelijk, maar vriendelijk. Vaderlijke klopjes op de arm.
Ik mocht niet zeggen dat deze bevalling in scene was gezet, zodat mijn kinderen, heel efficiënt voor vijf uur geboren zouden worden.
En ik mocht niet zeggen dat ik door hun niet als mens werd gezien.
Maar nu, twee jaar later denk ik er nog precies zo over.
Hij zegt :’Wellicht heb je een postnatale depressie.’
Een posnatale depressie is een prettige uitvinding. Bij elke vrouw die kritiek heeft op haar behandeling schuiven we het gewoon af op de hormonen. Klaar.
Toen ik vragen begon te stellen over de rest van de bevalling, haalde hij zijn schouders op. Waarom?
Was hij mijn bevalling alweer vergeten, vond hij hem niet de moeite waard of vond hij dat ik mij niet met zijn zaken moest bemoeien omdat míjn bevalling zíjn zaak is?
Elke zin die hij uitsprak had een onthutsende uitwerking op mij. Toen ik na een uur naar huis liep was het alsof ik mij op drijfzand bevond. Ik voelde mij geraakt in iets wat ik niet kan omschrijven, maar wat in de kern ligt van mijn wezen.
Het duurde weken voordat ik de indrukken van dit gesprek op een rijtje kon zetten.
Dat deze bevalling niet noodzakelijk was geweest.
Dat deze bevalling ons alleen maar ellende heeft gebracht. Dat ik mijn kinderen ook op een veiliger, waardiger en liefdvollere manier op de wereld had kunnen zetten.
Dat ik, nu ik weet wat ik tóen had moeten weten, deze bevalling niet had gewild. Dat alles wat er die dag met mij is gedaan en ín mij is gedaan, tegen mijn wil is gebeurd. Ik was verkracht.

Begrijp me goed. Ik hou zeer veel van mijn kinderen. Als het moet zou ik voor ze willen sterven. Maar alleen uit vrije wil en niet omdat iemand anders vind dat ik dat maar moet doen. En dan ook alleen maar ten bate van mijn kinderen en niet van het ziekenhuis.
Ik begon veel te internetten. Ik werd lid van het forum van de Nederlandse Bond Voor Meerlingouders. Daar was ik het meest op zoek naar lotgenoten. Die waren er niet. Of eigenlijk waren ze er wel, maar hadden ze er vrede mee dat dit was gedaan. Omdat ze er zelf bewust voor hebben gekozen. Of werden bijgestaan door aardig personeel, dat stond aan te moedigen tijdens het baren. Of gewoon omdat het ‘moest’. En er was ook iemand die haar ingeleide bevalling prettiger vond dat haar ‘gewone’. Dus zulke vrouwen zijn er ook. Ze toonden wel begrip en ik kon veel met ze mailen.
Ik vond het vreselijk te moeten ontdekken dat het inleiden van een bevalling ook meer risico’s op complicties met zich mee brengt. Ik dacht aan het gekneusde gezichtje van Berend. De jongetjes hebben een visuele beperking. Stel je voor dat Berend dan ook nog een oog had moeten missen.
Waarom moest dit ons drieën aangedaan worden?
Vriendinnen toonden ook begrip. ‘Natuurlijk had je een ruggeprik moeten hebben.’ zeiden ze. Het koste me toen nog erg veel moeite om woorden te vinden voor mijn gevoel dat die ruggeprik er op zich niet toe deed, dat ik die zelfs niet had willen hebben, maar wel het feit dat ik hier zelf niet voor had kunnen kiezen. Eén vriendin heeft twee keer een keizersnee gehad, maar begreep mij zo goed. ‘Meid, dat ze vanalles met je doen, zonder dat je van hoe of wat is verteld; ik begrijp dat zo. En dan had jij nog die píjn erbij!’
Maar de meeste mensen vonden het raar dat ik er zo over bleef tobben en er zo veel over praatte.
Een buurvrouw zei: ‘Zet het nou maar gauw van je af, want je kinderen worden hier ongelukkig van en dat is dan jouw schuld.’
Ik voelde mij gevangen in de onuitgesproken mythe dat, wanneer je gaat klagen over je bevalling je hier mee eigenlijk aangeeft dat je niet van je kinderen houdt. Hoe zwaarder je bevalling hoe meer je je zelf voor je kind opoffert; een des de betere moeder je bent.
Maar ook mijn kinderen hebben geleden onder hun geforceerde geboorte.
En gebeurde nog iets vreemds. Ondanks alle belemmeringen had ik een prachtbevalling gedaan, maar ik kreeg er niet de credits voor. Niet alleen de mensen die getuige waren van mijn overwinning op hun ongevraagde bemoeienissen, meenden gelijk te hebben met mij te kleineren en te bekritiseren, maar ook de mensen in de wereld om mij heen. De maatschapplijke attitude ten op
zichte van een ziekenhuisbevalling is zeer vreemd. Men vindt dat het ziekenhuis de bevalling heeft gedaan en niet ik. Alsof Berend en Maarten nog steeds in mijn buik hadden gezeten als de gyneacoloog de bevalling niet had ingeleid.
‘Welke gyneacoloog heeft jouw bevalling gedaan?’ vragen ze dan. en dan noemde ik braaf de naam van ‘mijn’ gyneacoloog. Terwijl die man nog nooit een bevalling heeft gdaan, het waarschijnlijnk ook nooit zal gaan doen en het meer duidelijk is dat hij ook totaal geen verstand van bevallen heeft.
Als ik had gezegd: ‘Dr A heeft vanalles gedaan om mijn bevalling te saborteren, maar desondanks is het mij toch gelukt!’ was dat meer de waarheid geweest.

Marco vond ook dat ik dit van mij af moest zetten.’ Je gaat mensen kwetsen met wat je zegt,’ zei hij.
‘En ik dan! Wat zeggen ze allemaal wel niet tegen mij. Mag ik wel zomaar gekwetst worden?!’
Ik verweet hem dat hij helemaal geen foto’s had gemaakt van vlak na de bevalling. Helemaal geen broertje op de buik, of zo. Alleen maar die walgelijke kutfoto. Die beavershot! Wat ben jij voor een vent, die zijn vrouw zo te kijk zet?!
‘Maar ik heb het wél gefilmd!’ zei hij. Is dat zo?
We gingen samen naar de film kijken. En dat was heel mooi. Want de geboorte van de jongens op zich was een heel mooi moment. We zaten er hand in hand naar te kijken.
Na afloop was ik zelf heel ontroerd. Maar nu was Marco in een mineur. Het viel hem nu pas op hoe ik werd genegeerd zei hij. Dat er niet of nauwelijks op mijn vragen werd gereageerd. Dat men wel erg druk bezig was met mijn vagina, maar dat er naar míj niet werd gekeken.
‘Op het moment zelf viel het mij niet op, want ik was zo trots op jou.’ zei hij.
Vanaf dat moment begon hij naar mij te luisteren en konden we weer met elkaar praten.
Hij gaf toe dat hij zich op het laatst van de ontsluitingsfase zich best wel zorgen over mij had gemaakt. Ik was onrustig en niet bereikbaar.
Maar de vroedvrouw had hem geruststellend toe geknikt en daaruit maakte hij op dat dit allemaal heel normaal was en had hij zijn zorgen van zich afgezet.

Ik belde de vroedvrouw op.
‘Minke, gaat het niet goed met je? Goh, en je was zo stoer. ‘
Aha. Alweer iemand die mij blijkbaar verkeerd heeft ingeschat.
Ik hoorde haar praten tegen iemand anders in de kamer. ‘Zie je wel! Ik zei het toch.’
Ze kwam meteen. Ze had een meisje mee. Een stagiare of zo.
‘Hoe gaat het met de jongens?’
‘Goed.’
Ze bleek niet verbaasd dat het mij allemaal zo was tegen gevallen. Dat was heel normaal in zo’n geval. Een ingeleide bevalling kan pijnlijk uitpakken omdat je lichaam en geest nog niet klaar zijn voor de geboorte, wist ze heel slim te vertellen. En: vrouwen hebben vaak het gevoel dat hun bevalling is afgepakt. Wat ik tóen klinklare onzin vond (was het maar waar, zeg!), maar ik zie er nu wel iets in. sterker nog: zelfs mijn lijf hebben ze afgepakt!
Ze vond het de schuld van het ziekenhuis en van mij.
‘Natuurlijk hoefde je nog niet ingeleid te worden. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen!
Natuurlijk had je die gyneacoloog niet moeten vertrouwen. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen!’
Ja, dat had ze kunnen doen.
‘Natuurlijk had dat gesprek geen enkele zin. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen. Dacht je nou echt dat die vent denkt dat jíj wat belangrijks had te vertellen?!’
Ik vroeg haar waarom ze mij dit niet eerder had verteld. Ze zou het wel gedaan hebben als ík niet zo zeker van mij zelf was geweest, zei ze.
Ze verontschuldigde zich niet voor het gebrek aan voorlichting. Ook zij vond dat ik mijn trauma aan mij zelf te danken had.
Opnieuw zakte ik een stukje verder weg in het drijfzand.
En toch gaf ik haar die foto mee. Waarom deed ik dat? Tja. Iedereen leek het zo vanzelfsprekend te vinden dat dit met mij is gedaan, dat mijn vagina niet meer voelde als iets dat van mij zelf was.
Er zijn zoveel dingen mee gedaan zonder een fatsoenlijke reden of uitleg. Het was publiek bezit geworden.
Die foto kon mij op dat moment gewoon niet meer zo veel schelen. En zij wou toch zo graag dat het gemaakt werd?
‘Praat er met je moeder over,’ zei ze.
Ik kijk wel uit. ‘moeders begrijpen álles,’ zei ze.
De vurigheid warmee ze haar afkering over het ziekenhuis uitbraakte was verbijsterend. Waarom verwijst ze haar patienten door naar dit ziekenhuis als ze er zo over denkt?

Een week of 3 later doe ik tijdens de nacontrole een verslag van mijn bevalling. Later bleek dat de co-arts bij de bevalling aanwezig was geweest!
Dat zei ze toen niet, dus ik vertel dingen die zij allang wist.
Aangekomen bij het ?knipje? vroeg ze verschrikt:
?Maar werd je niet verdoofd dan?!?
?Nee,?
?Jakkes!? zegt ze.
Had ik daar óók om moeten vragen?
Vanwege mijn gedram over die inhumane bevalling haalt zij de gyneacoloog erbij. Na de nodige armklopjes, verwijst hij mij door naar een ziekenhuispsycholoog. Een man die veel verstand had van weeën, zei hij.
Een man.
Maar ik ga. Te lam om voor mij zelf te kunnen oordelen.
Ik praat met hem een heel uur over de weeën.
Ondertussen vóel ik dat die weeën allang mijn probleem niet meer zijn. Maar ik kan dat gevoel nog niet onder woorden brengen.
Het is een aardige, integere man. Als er onduidelijkheid ontstaat over mijn naam (op mijn dossier staat nog steeds mijn mans naam, maar ík heet anders), pakt hij een pen en maakt in een paar seconden een eind aan dit misverstand.
Dat had de gyneacoloog natuurlijk ook wel even kunnen doen.
Ík had natuurlijk ook wel even tegen hem kunnen zeggen dat hij dat moest doen!

Amke en Evie vermaakten zich prima in de zomervakantie. Normaal zijn het niet zulke poppenmoedertjes, maar nu speelden ze erg veel met hun babyborn poppen. Het was vertederend om te zien hoe lief ze er over moederden. Ze speelden ook ‘geboren worden’. We hebben van die ei-stoelen van IKEA. Het zijn kinderstoeltjes, die helemaal dicht kunnen. Dan klapte één de deksel open en riep: ‘Tada! Ik ben geboren!’
Regelmatig zagen ze mij huilen. Eerst schrokken ze er van.
‘Mama heeft verdriet, maar dat komt niet door jullie.’ zei ik dan en na een poosje raakten ze er aan gewend.
Toen ze weer naar school gingen, werkte ik volgens een strak regiem om het werk gered te krijgen. De broertjes gaf ik ombeurten de fles.
Diegene die hem het eerst op had zat uit te buiken in de wipstoel en ondertussen kreeg de ander zijn fles. Die kon dan bij mij uitbuiken.
Het was heel troostend om ze vast te kunnen houden en te koesteren.
Elke dag deed ik er eentje in het badje. Met grote blauwe ogen keek het jongetje toe terwijl de tranen over mijn gezicht liepen.
Ze waren erg laat met hun eerste lachjes. We wisten nog niks van hun visuele handicap, dus ik dacht dat dat kwam doordat ik zelf zo weinig lachte.
Na een poosje wist ik mijn verdriet beter in te bakenen.

Een bepaald moment voel ik mij echter zo depressief dat ik mij zorgen maakte over mij zelf en maakte een afspraak met de huisarts.
Ik kreeg een kil ontvangst. Wederom iemand die niet geïnteresseerd was in mijn verhaal. Haar oordeel luidde als volgt: ‘De meeste vrouwen vinden deze pijn prima te doen (hele bekende woorden!), maar jij dus niet. Dat moet je maar accepteren, of je verzuurt maar.’
Ze zei er nog wel bij dat ze het erg jammer zou vinden als ik zou gaan verzuren.
Ze zei dat vrouwen van te voren waarschuwen geen zin heeft. ‘Dat maakt ze toch alleen maar bang.’
Toen ik even later begon te vertellen dat ik mij nu al zorgen begon maken over de dag, 20/30 jaar na nu, dat één van mijn dochters mij zou komen vertellen dat ze zwanger is, viel ze mij, alweer, in de rede. Nee, want dan kun je ze waarschuwen…..?

Na afloop voelde ik mij fysiek ziek van de stress. Het drijzand sloot zich boven mij. Het was alsof ik stikte. De boodschap dat deze
verkrachting normaal en legaal werd gevonden was onverdragelijk. Hoe denken zulke mensen over mijn kinderen en mij? Zijn wij dan zo minderwaardig?
Het is ook het enige moment geweest dat ik er serieus even over dacht om zelfmoord te plegen Ze schreef mij anti-depressiva voor. Na 3 dagen ben ik daar mee gestopt. Ik werd er ziek van en bovendien: liever depressief dan gesmoord.
Een paar maanden na deze preek ontving ik de nota thuis. Ik schreef een pinnige brief, waarin ik haar duidelijk maakte dat ik dit gesprek totaal niet de moeite waard vond om voor te betalen. Ze belde op. Ze eiste excuses. Die kreeg ze niet.
Als ik er zo over dacht kon ik maar beter een andere huisarts gaan zoeken, zei ze. Want anders voorzag ze vreselijke problemen wanneer ik met één van al mijn kindjes bij haar zou komen.
Verwachtte ze moeilijkheden van mijn kant of was dit een verkapte bedreiging?
We zullen het maar bij het eerste houden.
Ik ging op zoek naar een andere huisarts.

Naweetjes

Eén van de mede forummers had over mijn geval gehad met haar gyneacoloog. Die had tegen haar gezegd dat ik naar de klachtencommissie van mijn ziekenhuis moest gaan.
Uiteindelijk besloot ik dat te doen. Ik diende deze klacht in september in.
In oktober volgde een gesprek met de voorzitster van de klachtencommissie. Ik kon mijn klacht toelichten en zij legde de officiële procedure uit. Het was een zakelijke mevrouw, maar ik kreeg op zich niet de indruk dat ze mij niet welgezind was. Wel richtte ze zich erg vaak tot Marco, als of ze mij niet helemaal voor vol aanzag.
De ziekenhuis psycholoog vond het heel verstandig van mij dat ik een klacht had ingediend. Wel vond hij het beter dat mijn behandeling bij hem beëindigd zou worden, vanwege de ‘besmette’ relatie. Ik stemde in. Ik had via een kennis een therapeute gevonden, bij wie ik veel begrip ondervond. Ik vroeg aan haar: ‘Ik weet dat ik deze bevalling goed heb gedaan, maar toch voelt het als één grote mislukking. Hoe kan dat toch?!’
‘Dat komt door de mensen om je heen.’ zegt ze.
‘Jij hebt een topprestatie verricht, maar het enige wat zij tegen jou zeggen is wat jij allemaal tekort schiet. Volgens hun ben jij te
kleinzerig, te goedgelovig en te dom. Daardoor ben jij dat ook gaan denken.’
Het was geen reguliere therapie, waardoor dit niet werd vergoed. Achteraf denk ik dat ik toen te vroeg ben gestopt met deze therapie. Wel jammer.

Pas in maart van het volgende jaar kwam het tot een vervolg bij de klachtencommissie. Het kwam tot twee gesprekken. Eén met de klachtencommissie en daarna één met gyneacoloog zelf. Ik had nl nog steeds geen schriftelijke of mondelinge overdracht gekregen over mijn bevalling.
Hoewel de gyneacoloog mij had onderworpen aan een tal van standaard procedures ontkende hij stellig dat hij mij had behandeld als een object. Dit werd geaccepteerd.
De huisarts die in de klachtencommissie zat zei dat het helemaal niet waar was dat een inleidende bevalling pijnlijker of anders verliep dan een normale. En dat van die complicaties zei hem ook niks.
Verpletterend!
De conclussie was dat ik op het verkeerde been was gezet door andere ervaringsdeskundigen.
Daarmee bedoelen ze andere moeders en het was duidelijk dat hetgeen zij te vertellen hadden van ondergeschikt belang was ten opzichte van wat de gyneacologie er over heeft te vertellen.
Wat denken ze dan? Dat moeders liegen, of zich aanstellen, of zijn ze gewoon te dom om te kunnen voelen wat ze voelen?
Notabene de gyneacoloog voelde zich genoodzaakt om in te grijpen. Hij benadrukte meerdere keren dat dit in sommige gevallen toch echt wel waar was. Maar ‘ik had het Minke niet verteld, want ik wou haar niet bang maken.’ Deze verklaring werd geaccepteerd. Oftewel: een vrouw kan maar beter het risico lopen verkracht te worden dan bang te zijn.
Hij zei dat ik wel hulp zou hebben gekregen als ik had gezegd dat ik het zo zwaar had, ‘Maar ze zei niks.’
Ik protesteerde. Ik had wel degelijk aangegeven dat dit niet goed voelde. Maar er werd niks mee gedaan. Ik keek naar Marco. Hij moest me helpen.
hij moest zeggen dat hij zich zorgen over mij maakte, maar dat de vroedvrouw dit had weggesust, (omdat ze dit de juiste straf vond voor mijn goedgelovigheid?) Maar Marco zei niks. Hij liet mij in de steek Ze gingen over op een ander onderwerp.
Ik was te overrompeld door dit alles om goed voor mij zelf op te kunnen komen. Goed geïnformeerd worden beschouwde ik toen nog als enkel een moreel recht. Ik weet nu dat het ook een juridisch recht is. Een arts is bij wet verplicht zijn patienten goed voor te lichten, niet om de waarheid heen te draaien en vragen niet te ontwijken. Als ik toen wist wat ik nu weet had ik dit anders aangepakt. De voorzitster van de commissie was juriste, die zou het wel geweten hebben.
Tijdens het gesprek kwam aan de orde dat ik de folder over pijnbestrijding niet had gekregen. Excuses. Dat had wel gemoeten.
O ja, het inleiden was wél absoluut noodzakelijk.
Waarom dan wel, hoefde hij niet eens uit te leggen!

En lange tijd later kwam er nog een gesprek met de gyneacoloog alleen. Ik was ditmaal zo verstandig om Marco mee te nemen.
Tijdens dit gesprek leek het hem ineens héél erg onwaarschijnlijk dat het inleiden zoveel pijn had veroorzaakt. Het feit dat Berend met zijn gezicht kwam, was een veel waarschijnlijker oorzaak. ‘Ik weet het niet. het is geeen exacte wetenschap.’
zei hij nu. En daarin geef ik hem groot gelijk.
Maar ik vind het wel een opmerkelijke uitspraak voor een man, die in het dagelijks leven blijkbaar niks beters heeft te doen dan zijn cliënten te onderwerpen aan een reeks van standaard procedures en protocollen.
En natuurlijk mocht ik best weten wat er allemaal met mijn bevalling is gedaan. Hij zou zijn patienten heus niet bewust van informatie onthouden, hoor. Maar de meeste vrouwen hebben daar geen behoefte aan. Die letten wél op.
Hij zei nog een keer met klem dat ik er echt niet ingeluisd was vanwege voor hem praktische motieven. ‘Maar,’ zei hij snaaks ‘Het komt natuurlijk wel mooi uit als dit toevallig zo gebeurd.’
Jaja.
Hij was zelfs een keer zo vermetel om mij ‘lieve Minke’ te noemen. en hij boog zich voorover om mij een klopje op de arm te geven. Ik hief mijn hand op om hem af te weren, want zijn vaderlijke maniertjes vond ik allang niet meer prettig; alleen maar kleinerend en onderdrukkend. Ik weerde hem af en toen zaten we zomaar hand in hand!
Ik durfde niet naar Marco te kijken.
Ik dacht aan die hand toen hij zo diep in mijn vagina zat en begon te huilen. Want terwijl ik daar hand en hand zat met mijn gyneacoloog besefte ik ten volle hoe legaal hij mij had verkracht. Een gyneacoloog mag dit gewoon doen.
Hij hoeft geen goede motivatie aan te dragen om zijn hand in mijn vagina te schuiven. Het feit dát hij gyneacoloog is, is de motivatie.
Hij heeft zonder mijn toestemming te vragen (want toestemming geven zonder goed geïnformeerd te zijn, ís geen toestemming) mij mijn zeggenschap over mijn lichaam ontnomen en het geforceerd omdat hij er zelf profijt van heeft. In mijn ogen is hij geen haar beter dan een man die een vrouw sexueel verkracht. Of je het doet vanuit lust of vanuit gemakzucht, er is in mijn ogen geen verschil.
Maar de wereld om mij heen, de maatschappij vind van wel.
En daar heb ik helemaal niks tegen in te brengen.

Ik hoor het mij zelf nóg zo zeggen tijdens het gesprek met de klachtencommissie: ‘Als ik van te voren had geweten wat ze allemaal met mij zouden gaan doen, was ik wel thuis gebleven. Dan had ik de jongetjes wel in mijn eentje gebaard.’
Men deed zijn best de schampere lachjes wat te verbergen en ging er verder niet op in. Dit was een onzin-opmerking. Dat was duidelijk.
Maar ik wist dat ik het had kunnen doen. Er zat geen enkel positief element bij de hulp, die mij was opgedrongen.

Ik had de klachtencommissie gevraagd om een
uitspraak te doen. Daarin stond dat de informatie
voorziening wel iets beter had gekund.
Ongeveer een jaar na de geboorte van de broertjes ontving ik een brief die was ondertekend door de directeur van het ziekenhuis. Daarin werd mij excuses aangeboden voor het feit dat ik niet goed was voorgelicht. Ze zouden hun maatregelen nemen om te voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren. Namelijk: De patientenfolder over pijnbestreiding zal worden aangepast.
Een paar maanden nadat ik de hele papierzooi teleurgesteld onderin mijn administratiela had geduwd, meende ik dat ik misschien eens moest proberen schadevergoeding te eisen op basis van dat ene toegegeven feitje. Maar wat voor bedrag zou ik dan gaan eisen?
Ik begon met te bellen naar de consumentenbond.
Die kon mij niet helpen, maar kon mij een telefoonnummer geven van iemand die mij zéker wel kon helpen. De persoon die ik toen aan de lijn kreeg kon mij niet helpen, maar mij wel het nummer geven van iemand die mij zéker wel kon helpen. Enfin, zo’n tien telefoontjes later kreeg ik een letselschade-jurist aan de lijn, die mijn casus wel wou behandelen.
Hij nam hierbij hetzelfde uitgangspunt als ik al van plan was, dus: niet meer discusseren of inleiden wel of niet pijn doet, niet discusseren of dat inleiden nou wel of niet nodig was, maar de eis puur op dat ene toegegeven feitje baseren.
Belachelijk natuurlijk, want ik zou nooit een ruggeprik hebben genomen (hiermee zou ik mij zelf nog afhankelijker en onmondiger hebben gemaakt tov hun), maar het is weer een middel om de gyneacologie aldaar wat aan hun wijze van voorlichting te gaan doen.
Hij ging voor mij aan de slag.
En dat doet hij nu nog steeds…………………..

Naschrift, geschreven op 7 november 2010:
Afgezien van een erfelijke oogafwijking zijn beide jongens voornamelijk gezond. Het is vooral Maarten aan wie te merken is dat zijn geboorte een flinke indruk op hem moet hebben gemaakt. Zo heeft hij last van een zwakke spiertonus, wat in verband gebracht kan worden met zijn geweldadige geboorte. Maarten is ook een heel sensitief jongetje, die zich heel snel bewust is van onuitgesproken dingen die ‘in de lucht hangen’.
Ik heb destijds, naar ik meen, 500 euro schadevergoeding gekregen. Dat was genoeg om wat financiële gaten te dichten, die waren ontstaan door de koopverslaving die ik had ontwikkeld na dde laatste bevalling.
Twee jaar na de geboorte van de jongens vond ik een kort berichtje van iemand in mailbox. Ze had mijn verhaal gelezen en schreef in een paar zinnen precies de juiste woorden, die mij eindelijk het gevoel gaven dat er dan toch iemend was die mij begreep. Ik mailde haar terug; zij nodigde mij uit voor een Yahoo-mailinglist voor vrouwen die bewust zonder medische assistentie wouden gaan bevallen. Ik was verbaasd en geschokt. Bestaat en zo iets dan?! En is dat niet heel erg gevaarlijk?! Maar tegelijkertijd voelde het zo juist dat ik mij heb ingeschreven.
Hier leerde ik dat:
* Het inleiden van een geboorte, het risico op een kunstverlossing met 15% doet toe nemen, in vergelijking met een ‘normale‘ gemanegde geboorte (en gezien de nadelen van geboren worden met een kunstverlossing zou inleiden dus gewoonweg bij wet verboden moeten worden)
* Het manueel breken van de vliezen indalingsproblemen kan veroorzaken (zoals een aangezichtsligging)
* Dat bewegingsdrang een hele gezonde fysieke reactie is om indalingsproblemen en dat je hier door alsnog je baby naar de goede weg kunt helpen; de ultieme wijsheid van je lichaam en de natuur.
En nog veel en veel meer…
En toen dacht ik: Dat zouden meer vrouwen moeten weten, maar hoe breng ik dat goed over? Ik begon met het plannen van een eigen zwangerschapscursus, maar stuitte steeds op tegen het probleem angst: Het is de angst voor de geboorte dat er voor heeft gezorgd dat wij mensen er gekke dingen mee zijn gaan doen. Hoe haal je die angst weg?! Toen kwam ik tijdens mijn research HypnoBirthing tegen, een zwangerschapscursus dat het antwoord gaf op deze vraag.
En nu ben ik HypnoBirthingpractitioner.

Publicités

Laisser un commentaire

Entrez vos coordonnées ci-dessous ou cliquez sur une icône pour vous connecter:

Logo WordPress.com

Vous commentez à l'aide de votre compte WordPress.com. Déconnexion / Changer )

Image Twitter

Vous commentez à l'aide de votre compte Twitter. Déconnexion / Changer )

Photo Facebook

Vous commentez à l'aide de votre compte Facebook. Déconnexion / Changer )

Photo Google+

Vous commentez à l'aide de votre compte Google+. Déconnexion / Changer )

Connexion à %s

%d blogueurs aiment cette page :