Archive | uit Nederland RSS feed for this section

#332 – Suzanne, de geboorte van Dante

1 Fév

Mijn naam is Suzanne, moeder van Dante van 10 maanden.

Na twee dagen weeën en te weinig ontsluiting (circa 5 cm) koos ik er rond twee uur ‘s nachts voor om naar het ziekenhuis te gaan zodat ik onder medicatie zonder pijn zou kunnen slapen. Het S*** L**** A****** te S********* te Amsterdam.
Dat ging natuurlijk alsnog niet. De verplichte buikband, alle sensoren op je lichaam, de geluiden die ze maken, het felle licht en continue komt er iemand binnen. Ik moest ruim een uur wachten op ruggenprik, waardoor ik even kon wegdoezelen en mijn ontsluiting eindelijk meer op gang kwam. Om 8uur was hij nog maar 7 cm en besloten ze tot een keizersnede, een uur later probeerde ze met weeenopwekkers daar nog van af te zien, de ontsluiting ging een stukje beter
Weer een andere co-assistent gaat met haar handen naar binnen
Pas bij de derde wissel wordt gevraagd of ik dat oké vind: Nee!
toen bleek ik een infectie te hebben en koorts wat ze mèt al hun apparaten niet hadden opgemerkt.
Baarmoederslijmvliesontsteking en mijn kind bleek vd stress in het vruchtwater gepoept,
om twee uur een keizersnede, godzijdank goed uitgevoerd.
Ze hadden mijn katheter niet goed aangebracht dus lag ik tijdens de operatie in mijn eigen plas, kon ik erna niet naar mijn kind om de borst te geven en moest ik een uur! Wachten op verschoond worden,
bij de terugkomst op mijn kamer wilde ik naar mijn kind, mocht niet want ik moest wachten op de verpleegster wissel,
mijn broer, vroevrouw L. V. D. en ik zijn stiekem gegaan, was om ongeveer 4uur
EINDELIJK bij mijn kind
2 uur na de geboorte, hij had al kunstvoeding van het ziekenhuis gehad!!!
Wég eerste contact met mijn baby. Weg naar mijn borst kruipen voor de eerste melk.
Wegens angst voor infectie moest hij op een andere afdeling dan ik liggen en kreeg preventief anti-biotica.
Ze gaven hem zondevoeding en pompten zijn darmen leeg en noemden hem overprikkeld terwijl de verpleegsters hem met koude handen aanraakten en hij alleen onder de slangetjes en naaldjes op een afdeling vol huilende baby’s en piepgeluiden lag.
De kunstmelk werd als belangrijker gezien dan mijn borstvoeding, ik kreeg pas op de 4de dag uitleg over het aanleggen toen mijn tepels al bloede.
Ze gooiden mijn eerste colustrum melk weg omdat ik er probiotica doorheen had gedaan.
Zonder overleg, ik werd aangekeken alsof ik gek was en er werd hoorbaar over mij geroddeld, ‘dat is die vrouw die haar baby probiotica wilde geven, dat is toch helemaal niet bewezen!’
HOEZO AUTONOMIE EN ZEGGENSCHAP OVER JE EIGEN KIND?!

De arts die zou komen om hier over te praten kwam pas bij de 5e dag. Ik lag op een kamer waar de hele nacht het neonlicht aan stond voor mijn kamergenoot, hoe ik ook smeekte dat ik uitgeput werd omdat ik niet kon slapen er werd pas om 6uur sochtends naar geluisterd.
Ik kreeg weer koorts, toen mocht ik naar de kamer ernaast die leeg bleek te staan?!
Na drie dagen mocht mijn zoontje pas bij mij slapen.
Geen spoor van een infectie bleek bij de kweekjes.
Het voelt alsof mijn eerste dagen met mijn zoontje verpest zijn door de behandeling (na de operatie) in het ziekenhuis. Hij heeft ( mede dankzij) de antibiotica de eerste maanden uren gehuild van de pijn in zijn darmen.
Ik pleit voor,
Inspraak
Inzicht in het contact belang van hechting en samenzijn moeder en kind
Sfeerlicht en privacy in het ziekenhuis
Betere voeding
Overleg omtrent medicatie ( wat denk je dat morfine met de borstvoeding doet?!)

#72 – Anja – Nederland

9 Fév

Wij hebben al een zoontje van 6, na een voorspoedige bevalling geboren in het ziekenhuis ( omdat de huisarts die de bevalling zou begeleiden door de rug was gegaan moesten we naar het ziekenhuis), en vonden het eigenlijk wel prima zo..
Moedertje natuur dacht daar iets anders over, blijkbaar heeft de pil niet gewerkt…
Ik had alleen veel vage klachten de laatste tijd, maar dat weet ik aan de stress, veel ziekte in de familie enz…

Dus had al een afspraak staan met mijn huisarts maar bedacht me dat ik beter nog even een test kon doen..
Daar ze bij buik klachten toch vaak vragen of het een zwangerschap kan zijn ( ik dacht van niet, had bij mijn zoontje totaal andere klachten, voelde me ook niet zwanger) dus test gedaan, en die gaf al direct duidelijkheid.
heel erg zwanger, dus op naar de verloskundige…..

Omdat er door de buikpijn aan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap werd gedacht, en omdat ik geen flauw idee had hoe lang ik dan zwanger was.
Tijdens de echo was al snel duidelijk dat het niet om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap ging.
En toen ik mee zat te kijken zag ik 2 vlekjes op het scherm, leek net een neus van de onderkant.
Toch viel het kwartje niet bij mij, tot de verloskundige zei: at leuk het zijn er 2.. en u bent 6 weken heen
Uhm pardon. De schrik sloeg me om het hart. Maar na een week was het nieuws bezonken en begon ik het stiekem toch wel heel speciaal te vinden..
Mijn zwangerschap verliep goed, wel meer typische klachten, banden pijn, rugpijn, snel moe enz
Maar verder prima te doen, tot 3 maanden was eigenlijk niet te zien dat ik zwanger was…
Maar ineens ging het snel, buikje begon beetje te bollen en 2 weken later zag ik er uit alsof ik 5 maanden zwanger was..
De controles waren naar het ziekenhuis verplaatst, 2lingen worden altijd in het ziekenhuis geboren..
En ook de gynaecoloog was tevreden, ze groeiden voorbeeldig, ik hield me voorbeeldig..
Al snel was ik 20 weken heen, de eerste baby spullen waren er, en toen was het tijd voor mijn 20 weken echo.
Inmiddels zag ik eruit alsof ik ruim 7 maanden was begon ook steeds meer te waggelen maar deed alles nog ( behalve zwaar tillen) en daar het een 2ling is kregen we dubbele tijd voor de echo. We hebben ze uitgebreid kunnen bewonderen, was zelfs nog tijd om even met de 3d te spelen, heel erg leuk, al snel bleek dat het om een twee-eiige tweeling te gaan het was namelijk een jongen en een meisje, erg leuk!
Daarna door na de gynaecoloog en die vertelde me dat ik de ideale omstandigheden had wat betreft een tweeling zwangerschap.
Ik had al een keer een zwangerschap doorlopen, ze hadden een gescheiden placenta enz.. weinig kans op risico’s
dus vol goede moed begonnen we spullen te verzamelen voor de ukjes, en ik zat op een roze wolk…
Helaas was die roze wolk van korte duur , toen ik 25 weken en 2 dagen was, moest ik weer op controle omdat ik aangaf toch wel veel harde buiken te hebben gehad, werd er een inwendige echo gemaakt…
En het was niet goed: mijn cervix (baarmoederhals) was ernstig verkort, m’n vriend moest een rolstoel ophalen..
Ik mocht geen stap meer lopen, algehele bedrust was het advies, en volgende dag terug komen..
Dus zo gezegd zo gedaan, en volgende dag weer heen, de cervix was hetzelfde gebleven dus mocht weer naar huis.
Bedrust bleef wel verplicht mocht alleen naar de wc lopen….
Dus thuis aangekomen, speciaal bed besteld bij de uitleen, kon ik in elk geval gezellig in de huiskamer liggen..
Maar zover is het niet gekomen, paar uur later kreeg ik een raar gevoel in mijn onderbuik..
Toch maar naar het ziekenhuis gebeld, of we even langs wilde komen.
Dus weer naar het ziekenhuis, en weer werd mijn cervix gecheckt.. en helaas was deze weer verkort
Van de 30mm die het hoort te zijn was er nog 7 over, een teken dat mijn lichaam de bevalling aan het voorbereiden was..
Maar dat is niet de bedoeling bij 25.3 weken….. Ineens ging het snel de gynaecoloog kwam netjes aan mijn bed om uit te leggen wat er aan de hand was, en wat er nou allemaal ging gebeuren, heel fijn daardoor kwam het minder rauw op mijn dak, zag ook aan de gynaecoloog dat hij het heel erg vond… en toen kwam er een infuus met weeenremmers, er werd  een longrijpingsprik in mijn been geplaatst, en ik ging aan de monitor… ondertussen werd het dichtsbijzijnde ziekenhuis met nicu (neonatologie intensive care unit) gebeld, ik was welkom, dus snel werd ik de ambulance ingeschoven, gynaecoloog die me veel sterkte wenste en vroeg of we hun of de hoogte wilde houden van de afloop… eigenlijk besefte ik nog amper hoe ernstig het was.
Was zelfs grapjes aan het maken met het ambulance personeel.
Aangekomen in het andere ziekenhuis, weer een inwendig onderzoek, meerdere kweken afgenomen om te kijken of het om ontsteking ging. En de hele nacht aan de ecg om mijn weeen in de gaten te houden.
Gelukkig deden de weeënremmers hun werk en 24 uur later kon de 2e longrijpings prik gegeven worden. Zo, die winst hadden we al geboekt. Ook kreeg ik voorlichting wat te verwachten als ze nu geboren worden enz, mocht foto mappen van de nicu inkijken, dus werd goed geïnformeerd wat heel prettig is want je hebt geen flauw idee wat je kan verwachten..
En toen werd het spannend na 50 uur werden de weeenremmers gestopt, de longrijpings prikken hadden hun werk gedaan, als ze zich nu zouden aankondigen gingen ze het niet meer tegen houden, slik ik was toen 25.5 weken heen, voor mijn gevoel nog veel te vroeg. De eerste uren was ik bang bij elk krampje dacht ik nu begint het, maar de uren duurden en er zette niks door, ecg vertoonde ook geen weenactiviteit, en uren werden dagen, toen ik 9 dagen in het ziekenhuis lag was er weer een inwendig onderzoek, en wat bleek, mijn cervix was weer langer geworden heel soms gebeurt dit.
En daardoor konden ze een speciale cervixring plaatsen die verzakken voorkomt.
Dus werd er toestemming gevraagd of ze deze mochten plaatsen… tja tuurlijk, okee er zaten ook bijwerkingen en risico’s aan maar die wogen niet op tegen de kans dat het de zwangerschap nog een tijd kon uitstellen.
Dus uurtje later werd de ring geplaatst, zeker geen prettige gewaarwording, zonder verdoving met als enige hulpmiddel beetje glijmiddel word er een ring geplaatst met doorsnede van ongeveer een theekopje…
Maar direct na het plaatsen voelde ik hem al niet meer, dus dat was een goed teken
Er werd een paar dagen aangekeken 2 keer per dag een uur aan de monitor..
En het bleef goed gaan, dus ik mocht met proef verlof naar het ronald mc donalds huis, ik mocht weer kleine stukjes lopen en bewegen, advies was wel rustig aan doen maar ik mocht weer zelf brood pakken en dergelijke.
Het was wel fijn om weer een weekend met mijn man en zoontje te zijn ( alle lof voor het ronald mc donalds huis geweldig principe en hele lieve vrijwilligers) hebben echt genoten daar, moest wel 2 keer per dag half uur naar het ziekenhuis om aan de monitor te checken of alles nog goed ging, maar het bleef goed gaan, maar zondagavond moest mijn man weer naar huis en ik naar het ziekenhuis…
De volgende dag kwamen de artsen met heugelijk nieuws omdat het zo goed ging mocht ik naar huis, wel heel rustig aan doen, geen sex, geen eind gaan wandelen, maar ik mocht naar huis. yes
na 2 weken ziekenhuis was ik weer thuis de 27 had ik in elk geval gehaald..
eerst was het thuis wel spannend maar de dagen gingen voorbij en het vertrouwen kwam terug..
we durfden weer in weken te denken..
tot ik 28,4 weken was weer controle, en de arts ging steeds moeilijker kijken..
sloeg een diepe zucht en toen kwam de aap uit de mouw, het leek erop dat ons meisje gestopt was met groeien.
okee langzamer groeien is normaal bij 2 ling, maar stoppen met groeien niet..
dus er werd een flow meting gepland, 3 dagen later de dag dat ik 29 weken zwanger was, zou ik mijn flow meting krijgen.
de dag ervoor kwamen de zenuwen al een beetje heb zelfs nog tegen mn man gezegt, als het verkeerd is konden we  morgen wel is papa en mama worden van een tweeling…
snachts kon ik de slaap al niet vatten, toch maar weer eruit even naar de wc…
en op de terug weg, wou ik even een ander slaap shirt aan trekken, en toen ik bukte
voelde ik een knapje alsof er een ballon knapte, en ineens was alles nat…
ik heb inwendig staan vloeken, ik wist genoeg…..
heb mijn vriend wakker gemaakt en gezegd dat het tijd was naar het ziekenhuis te gaan mijn vruchtwater was geknapt..
heb hem nog nooit zo snel zijn bed uitzien komen. terwijl hij spullen graaide voor mij en m’n oudste zoon, heb ik oma en het ziekenhuis gebeld, zoontje snel naar oma gebracht en wij door naar het ziekenhuis..
5 uur sochtends kwamen we aan, werd direct op bed gelegd aan de monitor, gelukkig waren er nog geen weeën maar mijn meisje had idd geen vruchtwater meer.
omdat ik nog geen weeën had werd er besloten nog 1 longrijpingsprik te geven, en mij weer aan de weeenremmers te leggen, om de kleintjes zoveel mogenlijk kansen te geven, helaas op het moment dat ze de remmers starten kwamen bij mij de weeën, remmers werden opgeschroefd, nog een zetpil met andersoort remmers mar het mocht niet meer baten de weeen kwamen er dwars doorheen en werden steeds sterker…
uiteindelijk werd besloten de cervixring te verwijderen, in de hoop dat die de boel prikkelde en het dan rustiger zou worden..
dus de ring eruit, en toen brak er beetje paniek uit ik had al 8 cm ontsluiting, het punt of no return..
er was geen tegenhouden meer aan de tweeling zou vandaag geboren worden, bij exact 29 weken…
de remmers weren gestopt en
er werd snel een verloskamer klaargemaakt
en een heel team aan artsen assistenten en verpleegkundigen opgetrommeld.
ik werd snel naar de verloskamer gebracht, de weeen waren eerst goed te doen.
lag rustig op bed aan leuke dingen te denken, 8 cm werd 9 en nog steeds ging het prima
toen werd het ineens pijnlijker, maar het was 10cm met nog een randje, en de weeen
waren nog geen persweeen dus ik moest wachten… en het bleef 10 cm met een randje en de persweeen wouden niet komen
vervolgens zakte de weeen die ik had ook nog is weg, ik zakte in een roesje vond het wel prettig eigenlijk..
even pauze…
nou dat was dus niet de bedoeling, begon die zetpil met remmers alsnog zijn werk te doen..
dan gaan we toch weeen opwekkers gebruiken…moet kunnen..
nou ik dacht dat ik gek werd , kwam in een weeen storm terecht waar je u tegen zegt..
de ene wee was nog niet voorbij of de volgende kwam alweer. elke keer als ik dacht een adem te kunnen kwam de volgende nog heviger als die daarvoor, heb gesmeekt om verdoving of pijnstilling maar mocht niet meer omdat ik de 5cm ontsluiting al voorbij was. het koste zo enorm veel kracht om die weeen op te vangen ik was bang geen kracht meer over te houden om te persen… ik voelde me zoo enorm moe. en nog was het 10 cm met een randje en de weeen waren nog steeds geen persweeen
heb gesmeekt om een keizersnede of iets als ze maar ingrepen, ik trok dit niet meer was zo moe…
ik wou slapen…
maar uiteindelijk na een anderhalf uur was het randje weg, nog steeds had ik geen pers weeen, maar mocht toch voorzichtig met de weee me persen.. dus dat gedaan, maar nog steeds geen pers weeen…
ik was er zo klaar mee zo moe, ik wou slapen, dus heb mijn laatste krachten verzameld en alles gegeven tijden de weeen.
na 5 weeen was mijn dochtertje daar, heb haar horen huilen, even mijn hoofd opgetild om haar te zien.
er waren al 4 mensen met haar bezig, ik heb haar 1 huil horen geven en toen werd ze mee genomen naar de reakamer (warme kamer waar ze worden gestabiliseert voor het overbrengen naar de nicu) intussen waren ze bij mij bezig met het echo apperaat, heb het niet echt mee gekregen ,was zo moe wou slapen, even rusten in elk geval….
maar ineens brak er een beetje paniek los, er werd  een eng ding klaargemaakt ( vacuumpomp), en tegen mij werd er constand gezegt kom op meid nog even erbij blijven, we zijn je nog even nodig … geef alles wat je hebt ( ik snapte er niks van er zit meestal wel wat tussen tijd tussen voor een 2de komt vanwaar de haast, vanwaar dat gepush en paniek… ik ga niet dood ofzo lig gewoon te bevallen)de weenopwekkers werden opgechroeft, er werd mij niks verteld maar vond het toch geen tof idee dat ze een eng apperaat wouden gebruiken…
dus ergens uit een hoekje nog krachten geput, en toen kwam er weer een wee…
omg wat was ik blij, ze hadden het apperaat nog niet klaar…
dus hun riepen persen.. ik riep mijn vruchtwater is nog niet geknapt..
dus die hebben ze snel geprikt, ( toen  snapte mijn moeder en vriend al dat er iets niet goed was, er kwam een grote golf boed uit) en toen kon ik persen, met alle kracht die ik had heb ik geperst, en ook al was de wee weg ik voelden hem staan..
dus heb nog 1 keer heeel hard geperst, en toen was mijn zoontje er, en direct met mijn zoontje kwam de placenta mee… dat is dus niet zoals het hoord.. er dook direct een heel team op, en ook nu heb ik even mijn hoofd opgetild en mijn zoontje kort gezien..ook hij gaf 1 huil, al duurde het wat langer als bij mijn dochter voor hij die schreeuw gaf…
en ook hij ging direct naar de reakamer,
mijn zoontje is in 1 wee geboren, en dat is ook zijn redding geweest, de placenta was afgescheurt tijdens het persen bij mijn dochtertje, dus mijn zoontje en ik waren druk bezig dood te bloeden.
ik was uitgeput, weet wijnig van wat er toen is gebeurd..
en toen werd mijn dochtertje even naast me gereden in de transport couveuse, ik heb haar een halve minuut kunnen zien..
1 aai kunnen geven, en toen was ze weg… met spoed naar de nicu waar ze verder gestabiliseerd worden..
mijn zoon waren ze wat langer mee bezig, die hebben ze zuurstof moeten geven, hij had nog niet op een bevaling gerekend dis hij heeft ht moeilijker gehad dan mijn dochter, haar vruchtwater was geknapt en door die stress is zij extra snel gerijpt..
en het is beangstigend heb mijn man meerdere malen gevraagt of hij in de reakamer wou kijken, het duurde zo lang, dat maakt je angstig.. maar uiteindelijk kwam ook zijn couveuse naast me en heb ik ook hem even kunnen zien voor hij naar de nicu werd gebracht.. en toen moest ik wachten, heb voor ze gekolfd elke druppel was mee genomen…
en wat duurt wachten lang… vlak voor 12 zijn ze geboren vlak na 17 uur kon ik pas naar ze toe, en al die tijd hoor je wijnig heb verpleging meerdere malen laten bellen of het goed ging.. je word bang als het zo lang duurt voor je naar ze toe mag… en het voelt verscheurd, je weet dat je moeder bent geworden, maar je kindjes zijn niet bij je, niet eens een foto…
maar uiteindelijk  kon ik dan naar ze toe, en daar liggen je baby’s dan, in een couveuse.. zo enorm klein dat je bang bent ze aan te raken en alleen maar durft te kijken.. zoveel toeters en bellen waar je niks van snapt.. een monitor die met regelmaat alarm geeft. maar al snel kwam er een verpleegkundige, met een hele uitleg, de helft is blijven hangen, maar het belangrijkste was dat ze ons ervan overtuigde dat we vooral een handje op ze moesten leggen en tegen ze moeten praten, een baby herkent zijn moeder direct… een dag later kon ik voor het eerst mijn zoon even vasthouden, eng maar byzonder tegelijk…
en weer een dag later de eerste luier verschonen, heel erg eng met zo’n mager klein babytje..
door een comunicatie fout konden we pas na 5 dagen voor het eerst buidelen, erg jammer wat had ik dat graag eerder gedaan, het is zo’n intens moment zo’n klein mini wezentje op je borst dat aan het vechten is voor zijn plekje op deze wereld… het geeft je het gevoel dat je wat voor ze kan doen… je ziet ze rustig worden op je borst… de monitor geeft beduidend minder alarmen, en hun ademhaling is stabieler, heb me vaak afgevraagt of mijn zoontje eerder van de beademing af zou zijn geweest als we eerder hadden gebuideld..
ook heeft mijn zoontje een bloedtransfusie gehad toen hij op de nicu lag,helaas kwamen wij daar pas achter na de overplaatsing naar het steekziekenhuis bij ons in de buurt omdat de verpleegkundige dat ter sprake bracht. heel jammer dat wij daar niet van op de hoogte zijn gebracht…
uiteindelijk hebben ze nog 5 weken in het steek ziekenhuis gelegen, helaas zijn daar meerdere fouten gemaakt..
en ondanks dat het een ziekenhuis was met allerlei bostvoedingscertificaten had ik het idee dat ze een ontmoedegings beleid voerde, borstvoeding is zo belangrijk voor prematuren, ook al moest ik het kolven en kregen hun het per sonde het geeft ze zo’n voorsprong dat ik het waard vond. ondanks dat ik het syndroom van raynaud bleek te hebben waardoor het kolfen erg veel pijn deed, ik wou doorgaan, alleen liep mijn voeding terug… uiteindelijk was ik zover dat ik domperidon wou proberen om de productie op te schroeven, maar hier werd niet echt aan meegewerkt, ik werd er juist van overtuigd dat dat traject te zwaar was als je  ook de zorgen over een 2ling en een 6jarige hebt…. uiteindelijk heb ik moeten stoppen, het was zo goed als op, en kreeg geen medewerking in het ziekenhuis… nog steeds doet dit pijn, elk flesje wat ik klaarmaak sta ik van te balen..

ook heeft het ziekenhuis mij vergeten te informeren dat een prematuur geboren baby nog wel is heel heftig wil reageren op de inenting van het consultatiebureau.. waardoor mijn zoontje bijna het leven heeft gelaten, in afwachting van de ambulance hebben we hem zelf moeten beademen, erg heftig..

gelukkig gaat het nu goed met mijn 2ling, en liggen ze lekker hier thuis in hun bedjes.. maar wij hebben ons voor de controlles laten doorverwijzen naar een ander ziekenhuis, in het streekziekenhuis zijn wij het vertrouwen kwijt…

# 37 Minke – Nederland – 2005

31 Jan

De voorweeën

Regelmatig speelde de gedachte aan een derde kindje door mijn hoofd. Ik vond de eerste jaren met Amke en Evie erg druk en miste de tijd om lekker te kunnen genieten van mijn meidenstel.
‘Het is net alsof ik een tweeling heb,’ verzuchtte ik regelmatig.
Toen Amke naar school ging werd het rustiger. Het leek me leuk om lekker rustig te kunnen tutten met een baby als Evie straks ook naar school zou gaan maar een serieus verlangen was er niet.
Onze uiteindelijke keus om te proberen een derde kindje te krijgen was nogal impulsief. Ik raakte meteen zwanger en dat overviel ons nogal. We hadden ons niet eens kunnen voorbereiden op, verlangen naar en verheugen op een nieuwe zwangersschap. Maar ja, als je A zegt moet je ook B zeggen, dus ik belde de vroedvrouw van weleer op. Ze liet ons al met negen weken zwangersschap komen en ze had iets nieuws: een echo-apparaat.
We zouden meteen al ons babytje in spé kunnen zien!
We keken verwachtingsvol naar het scherm. Ik zag een tweetal vlekjes, maar waar was nou het vruchtje?
‘Zie jij wat ik zie?’ vroeg de vroedvrouw.
‘Is het een tweeling?!’ vroeg Marco ontzet.
Ze zei van ja.
Ze zei; ‘Dan moet je in het ziekenhuis bevallen.’
Ik weet niet of er in Nederland een wet bestaat waarin staat dat een ander mag bepalen waar ík mijn kinderen ter wereld zou brengen, maar dit zijn zaken die ik mij toen totaal niet afvroeg.
Ik dacht: Ik moet dus naar het ziekenhuis. Ik probeerde nog wat kritische vragen te stellen, maar ik had geen flauw idee wat me te wachten stond.
De rest van het consult hielden we ons sterk, maar toen we terug reden stortten we in elkaar. Het was teveel in één keer.
Abortus was geen optie voor ons, maar we maakten een aantal dramatische dagen door voor we weer konden lachen.
Die winter was ik vaak ziek, griep, verkouden, voorhoofdsholteonsteking ed.
Maar vanaf de lente ging het goed en was dit de prettigste zwangersschap van allen. Ik kwam maar 15 kilo aan. Ik had mijn bekkenistabiliteit goed onder controle. Dat komt omdat ik nu full-time huisvrouw was en mijn werk kon aanpassen aan mijn lichaam.
Ik kon tot het eind toe blijven fietsen en werd een bezienswaardigheid in het dorp. Vanaf een maand of zeven begonnen mensen verontrust te vragen wanneer die baby van mij in godsnaam zou komen. Ik droeg accentuerende kleding om zo veel mogelijk met mijn ronde buik te kunnen pronken. Ik voelde me mooi.
Het enige vervelende was dat ik veel last had van stress-incontinentie.
Ditmaal las ik geen roze-wolk-bladen meer. Daar had ik nu helemaal de buik vol van (!) en ik ging er zondermeer van uit dat wanneer ik iets bijzonders moest weten, mij dat wel verteld zou worden. Er was geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht dat er bewust informatie voor mij achtergehouden zou worden.
Mei en juni waren zeer warme maanden. De laatste twee weken zetten mijn enkels en voeten op van het vocht. Mijn moeder kwam logeren om te helpen.

Vanaf de jaarwisseling ging ik voor controles naar het ziekenhuis. Mijn vaste gyneacoloog was een man. Een vijftiger, schat ik, met een kaal geschoren hoofd.
Het intrigeerde me. Waarom kiest een man voor dit werk?
Ik probeerde hem wat te peilen, te doorgronden, maar er kwam weinig uit. De consulten duurden kort, want alles ging altijd goed. Hij keek meer naar de notulen op zijn beeldscherm dan naar mij en bleef mij hardnekkig met mijn mansnaam aanspreken, terwijl ik gewend ben mijn eigen achternaam te gebruiken.
Maar toch was hij niet onaardig. Hij had een beetje vaderlijke, beschermende attitude. Zo van ‘papa weet wel wat goed voor je is.’
Ik vond dat wel prettig, maar bleef het de hele zwangersschap door een bevreemdend gevoel vinden.
Ik kreeg geen grip op mijn aanstaande bevalling.
Kon me niet voorbereiden en had het gevoel achter de feiten aan te hobbelen. En dat terwijl er helemaal geen feiten waren. Alles ging toch goed?!
Ik stelde mijzelf gerust met de gedachte dat het ziekenhuis de veiligste plek is om een baby te krijgen.
Vragen over mijn zwangersschap en op handen zijnde bevalling, werden steeds gesust met zinnen als: Maak je maar geen zorgen. Alles gaat goed. Je vorige zwangerschappen en bevallingen verliepen ook allemaal goed. Het enige verschil is dat het er nu twee zijn. Als de eerste er uit is, komt de tweede vanzelf. Enz, enz.
Ik liedt mijzelf in slaap sussen. Mijn lichaam en ik wisten hoe we moesten bevallen en over mijn babytjes hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Perfekt!

Ik kreeg erg vaak een echo. We wouden graag weten wat het zou worden en al gauw kregen we iedere keer de bevestiging dat het ditmaal om twee heerschappen zou gaan. Het duurde niet lang of ik had een tondeuse-set in huis. Heerlijk: twee jongetjes. Natuurlijk zouden we met meisjes ook blij zijn geweest, maar s’morgens acht staartjes opbinden leek me wel wat veel!
Op een gegeven moment lieten de echo’s alleen maar een onoverzichtelijke baby-cluwen zien, maar het was wel duidelijk dat er een hoofdje voor de baarmoedermond lag, dus ik kon natuurlijk bevallen.

Op het laatst moest ik regelmatig aan een hartscan. Nou, ja, de baby’s dan. Dat moet dan een half uur aan elkaar, maar omdat het steeds zo lastig werd gevonden om beide baby’s en mama uit elkaar te houden, was ik er soms wel twee uur zoet. Ik werd er helemaal gaar van.
Maar alles bleek altijd goed te zijn.

Na een probleemloze zwangersschap stelde de gyneacoloog voor om de bevalling in te leiden.
Ik herinner mij dit laatste consult nog goed. Ik was samen met mijn moeder gekomen en hadden er net weer zo’n scansessie op zitten. Het was weer bloedheet.
Het was druk in de wachtkamer, dus ik verwachtte weer een lange zit en had ons beiden een kop thee
ingeschonken bij de koffie/thee kar.
Toen zag ik hem naar mij wenken vanuit de verte.
Ik kon meteen mee. Fijn!
‘Mag mijn moeder mee?’riep ik.
Hij knikte ja.
‘Onze thee ook?’
Onze thee ook.
We liepen door de gang naar zijn spreekkamer en zag links van me steeds open deuren naar een paralelle gang waar hij gelijk met ons op liep.
Ik moest hardop lachen om het effekt. Toen we bij de spreekkamer elkaar de hand schudden zei hij :’Je ziet er stralend uit!’
Ik was supervrolijk en supergevleid.
Hij zei :’Ik stel voor om de bevalling in te gaan leiden. Dat is standaard bij 38 weken tweeling-zwangerschap’.
Ik vond het prima. Ik had genoeg van die hitte.

Wat houdt dat precies in dat inleiden? Wat zijn de voordelen/nadelen? Zoveel nadelen? Is dat nou
wel nodig? We zijn alle drie gezond?
Mijn twee andere kinderen zijn met 38/39 weken geboren. Is het dan niet waarschijnlijk dat dezen zich ook vlot zullen gaan melden?
Helaas; bovenstaande zin is fictie.

Ik kreeg een foldertje mee over inleiden. En ik heb die écht heel aandachtig gelezen. Ik maakte
me zo’n beetje de volgende voorstelling: één keertje extra toucheren vanwege de gel en daarna komt er een gewone bevalling.
Er zijn misschien wat meer mensen bij, maar ik ging er zonder meer van uit, dat ik op de hoogte zou zijn van naam, funktie en reden van aanwezigheid.
Echt waar.
Natuurlijk had ik destijds in de roze-wolk-bladen wel de verhalen van vrouwen gelezen die tijdens het inleiden of na het vliezenbreken in een meedogenloze weeënstorm belanden. Dan dacht ik: goh, vervelend als je lichaam dit met je doet. Verder niks.
En natuurlijk hield ik er rekening mee dat een bevalling zwaarder kan uitvallen dan verwacht, maar dat iedereen zeker wist dat deze bevalling zwaar zou zijn, behalve ik zelf, dat wist ik niet.
Thuis zei Marco: ‘Is dat nou nodig? Het lijkt me zo onnatuurlijk.’
Ik sloeg het in de wind. Dan weet je van te voren wanneer je kind geboren wordt. Nou en?
De vroedvrouw kwam op bezoek. Ik had haar gevraagd om de nazorg bij mij te doen. Ik vertelde haar dat ik met een paar dagen ingeleid zou worden.
‘En je hebt daar vrede mee?’ vraagt ze.
‘Ja, waarom zou ik dat niet hebben?’
Verder werd er niet over gesproken.
Ze zei dat ze bij de bevalling aanwezig zou zijn.
‘Vraag ze om mij te bellen bij 6 cm ontsluiting.’ zei ze.
Ik meende dat ze er bij wou zijn om mij te ondersteunen. Waarvoor anders?
Tot op de dag van vandaag is het mij nog steeds niet duidelijk waarom ze nou eigenlijk zo graag bij mijn bevalling aanwezig wou zijn.

De dag van de bevalling

Een paar dagen later, op dinsdag 28 juni 2005 liep ik, in het gezelschap van Marco om 8.00u de afdeling verloskunde binnen. Op de deur stond een bordje ‘Verboden voor onbevoegden’.
Het beloofde een mooie warme dag te worden en ik was, hoewel een beetje zenuwachtig, goedgehumeurd.
Later bleek er op deze afdeling geen airco aanwezig, maar blijkbaar vond men het niet nodig om geplande bevallingen af te zeggen op zulke tropische dagen.
Het voeteneinde van het bed stond nog net niet pal tegenover de deuropening. Ik vond dit heel vervelend.
Achteraf staat die deur tegenover mijn vagina symbool voor deze bevalling en de attitude van de mensen die zich er mee bemoeiden.
Na het nodige getut ivm hartscan van de beide baby’s, werd om 9.30u de gel aangebracht.
Dat was de eerste manuele penetratie van die dag. Er zouden nog vele malen volgen.
Het leek erg rustig op de afdeling. We kregen drinken en Marco kreeg uitleg over de bel.
In de loop van de ochtend begon het een beetje te « rommelen ». Rond het middaguur moesten we weer met ons drietjes aan de scan. Ik werd vastgeketend aan drie elektrodes. Eén per baby en één voor de weeën-aktiviteit. Het kostte enorm veel moeite om de juiste plekken te vinden, dus ik durfde mij amper te verroeren.
Ik kreeg ook nog een infuus en ik was zo helder om te vragen waarvoor. Om mij vocht toe te dienen en als het nodig mocht zijn konden ze mij meteen weeënopwekkers toedienen. Het komt weleens voor dat de weeën stil komen te vallen.
O ja? Dat wist ik niet. En waar voor had ik vocht nodig? Dat is standaard, werd mij gezegd. Aha.
Ik vroeg mij af waarom drinkvocht niet genoeg was, maar liet ze maar begaan. Deze wereld was zo vreemd en onoverzichtelijk.
Omstreeks die tijd nam de weeënactiviteit toe en had ik 5 cm ontsluiting. Ik had hele goede weeën.
En toen stond de gynaecoloog naast mijn bed en zei: ‘We gaan even de vliezen breken. En dan breng ik meteen een elektrode op het hoofdje van de eerste baby.’
Misschien herinnerde hij zich ineens dat hij de bus nog moest halen?
Of dat hij die avond uitgenodigd was voor een feestje?

Waarom moet dat? Ik heb toch voldoende weeën?
Wat is het nut van vliezen breken en wat zijn de conseqenties?
Waarom nóg een elektrode? Is die op mijn buik kapot, dan?
Heb ik dat gevraagd? Welnee. Ik bevond mij nog steeds in de verdwaasde toestand dat ik geen andere keus had dan gewoon te doen wat men tegen mij zei.
Bovendien wist ik niet dat dit een techniek was om een bevalling te doen versnellen en dat de weeën hier pijnlijker door kunnen worden. Ik had simpelweg geen idee.
Dus deed ik braaf mijn benen uit elkaar, want ik vermoeddde toch wel dat hij daar ergens moest zijn.
Waarom, waarom moest dit toch?

Hij duwde zijn hand erg diep in mijn vagina. Ik dacht: ‘O, mijn God. In wat voor wereld ben ik beland,’ Ik zuchtte diep om te kunnen ontspannen en klampte mij vast aan het bed. Ik was bang dat hij mij anders helemaal omhoog zou duwen.
Naast mij was Marco stil aanwezig.

‘Waarom heb je toen in godsnaam die vliezen gebroken?!’ vroeg ik 7 maanden later aan aan de gynaecoloog. ‘Dat is standaard bij het inleiden,’ zei hij en haalde zijn schouders op.
Oftewel: wat maakt het uit……..

Meteen nadat de vliezen breken, terwijl de gynaecoloog nog bezig is de elektrode op het hoofdje van de laagstgelegen baby te plaatsen denk ik Oei, wat heftig ineens?, maar meen dat ik wel de rust weer zou kunnen vinden om de weeën weg te kunnen puffen zodra die hand uit mijn vagina weg zou zijn.
Ik vraag of mijn vroedvrouw gebeld kan worden bij 6 cm ontsluiting.
Meteeen stuift de verpleegkundige weg en ik denk: rustig maar, het kan nog wel een uurtje wachten!
Iedereen gaat weg en we zijn weer alleen, mijn man en ik. Al gauw krijg ik persdrang.
Ik zeg: ‘Volgens mij moet ik al persen!’
Ik word getoucheerd (alweer…). Nee, hoor nog maar 6 cm.
Wanhopig klem ik mijn benen tegen elkaar, maar de vroedvrouw, inmiddels gearriveerd, duwt ze gedecideerd weer uit elkaar; met gespreide benen ontsluit het beter. De rest van de tijd houd ik mijn voeten om de bedranden geklemd.
Hoe kan ik het omschrijven, die pijn van de weeën twee en een half uur lang, zonder pauzes of pauzes te kort om op adem te kunnen komen.
Volgens mijn herinnering ben ik al die tijd blijven puffen, maar een vrije keuze is het niet meer. Het is puffen of stikken. Het is niet te doen en niet te dragen. Mijn wil is allang afgehaakt en wil stoppen, maar dat lichaam weet
maar door en maar door en maar door en maar door……
Zo nu en dan is er een pauze, helemaal zonder pijn, waarin ik mij zelf voel weg zakken in een zalig niets. De eerste keer denk ik even dat dit nou dood gaan moet zijn, maar later besef ik ergens ver weg dat zelfs dát mij niet gegund is en dat die fijne diepe rust slechts tijdelijk is.
Het benul en de kracht om hier tegen te protesteren is er niet. Adem om te schreeuwen van de pijn is er niet.
Er gebeurt van alles met mijn lichaam en zelf heb ik niet meer de geringste zeggenschap hier over.
Zo lang puffen in zulk warm weer maakt dat mijn mond pijn doet van de droogte. De vroedvrouw vraagt: « Wil je wat drinken? » Ik schud mijn hoofd; geen tijd om te slikken.
Alles is pijn en een andere gedachte is er niet.
Er is geen plek voor de troostende gedachte dat ik dadelijk mijn baby’s in handen zal hebben. De gedachte aan de baby’s is op dit moment verder weg dan ooit.
Alles wat buiten mij zelf gebeurt lijkt zo ver weg en onwerkelijk. Alsof ik andere mensen alleen maar zie op een kleine televisie aan het eind van de kamer.
De twee vingers van mijn man in mijn hand waar ik in mag knijpen zijn er wel, maar ik voel ze niet echt. De hand van de vroedvrouw op mijn been word wel geregistreerd, maar de troost die er van moet uitstralen dring niet tot mij door.
Ze laten me dood gaan.
Regelmatig een hand in mijn vagina. Ik raak de tel kwijt. En mijn laatste restje waardigheid en zelfrespekt.
En die meedogenloze warmte. Ik zweet zoals ik nog nooit van mijn leven heb gezweet. Mijn lange haren hangen in een lage staart in mijn nek en zijn kliedernat, maar niemand die op het idee komt om ze op te binden. Of vind men mij te vies om aan te raken?
Een heel enkele keer zie ik mensen in het wit naar de machine naast mij kijken. Ik probeer ze te roepen met mijn ogen, maar ze zien mij niet. Ze kijken naar de machine.
Op het laatst pas kon ik roepen: ‘Help mij.’ verschillende keren.
Ik hoorde steeds ‘sssssssst’, maar werd niet geholpen.

En ineens is het druk rond mijn bed. De witte jassenbrij stelt zich in een halve cirkel op rond de baby-uitgang. Er worden grapjes gemaakt over mijn verlepte uiterlijk.
Het laken over mijn schoot wordt weggetrokken. Er wordt een schijnwerper op mijn vagina gericht.
Wat is dit voor een vertoning? Waarom moet ik nog meer vernederd worden? Wat hebben zij er aan, en wat hebben wíj er aan, dat ze nu elke porie van mijn vagina kunnen waarnemen?
Ik zie een tafeltje met mesjes een meter of zo van het voeteneinde van het bed. Ik heb er een heel goed uitzicht op.
Ze doen van alles om het voor zichzelf zo makkelijk mogelijk te maken. Maar ik word hier steeds meer door belemmerd. Wie gaat er hier nou eigenlijk bevallen?
Als dit mijn eerste bevalling zou zijn geweest, was het mij niet gelukt. Deze omgeving en deze benadering zijn zo vrouw-onvriendelijk, dat ik het als een wonder beschouw dat er vandaag de dag überhaupt nog baby’s vaginaal geboren worden in een ziekenhuis. Elke medische ‘deskundige’ die maar niet snapt waarom vrouwen tegenwoordig steeds moeizamer bevallen zou eens op dat bed moeten gaan liggen, op zijn/haar rug. zonder kleren aan zijn onderlijf en omringt door starende collega’s, met een schijnwerper op zijn/haar anus gericht. En dan moet hij/zij eens proberen te gaan poepen. Dan zou er toch wel een lichtje gaan branden, neem ik aan? De medische hulpverlening rondom bevallen schiet zijn doel compleet voorbij!

Blijkbaar mag ik nu persen dus dat zullen we dan maar doen. Maar hoe moet dat zonder kracht, zonder reserves en in deze omgeving? Ik ben wanhopig op zoek naar het laatje met reserve-kracht, dat mij tijdens de voorgaande bevallingen zo goed heeft geholpen, maar er is niks te vinden. Ik zie wel een gele fontein op spuiten!
« Wat is dat, ben ik aan het plassen? »
« Ja, door persen! »
De vroedvrouw ‘doet’ de bevalling. Eigenlijk kan ik die aanhalingstekens wel weg halen, want mijn bevalling is het allang niet meer. Ze praat kortaf tegen me; snauwerig.
Marco houdt mijn linker been vast, de gyneacoloog de rechter.
En toch gaat het heel snel. Al gauw staat het hoofdje van de eerste baby. Ik voelde de ongelooflijke druk en rek op al het weefsel in
mijn onderlichaam. Ik voelde scheurtjes in mijn vlees trekken.
Grote consternatie om mij heen. Later blijkt dat Berend, hij is pas ingedaald nadat de bevalling op gang was gebracht, met zijn gezicht naar buiten wil komen. Mijn man wordt naast mij weg gedirigeerd om met zijn digitale camera een foto te maken van mijn vagina. De vroedvrouw wil hier graag een foto van hebben. Marco maakt een foto van de vagina van zijn vrouw. Hij doet het met flits.
Ik wordt opnieuw vernederd, en ditmaal door mijn man, mijn maatje, de vader van mijn kinderen.

Een gezichtje heeft, zoals je wel zult weten, geen fontanelletje.
De vroedvrouw roept om een mes.
‘Deze?’
‘Nee, die andere!’
Ik zie de verpleegkundige een ander mesje uitzoeken, die ze aanrijkt.
De vroedvrouw snijdt snel. Ik voel hoe de snee wordt gezet. Ik voel een vreselijke, vreselijke pijn.
Dus ik gil en roep ?AU? en dan ?AU? en vervolgens ?AUAUAUAUAUAUAU!!!!!!!!!!!!!

De gynaecoloog vraagt « Waar doet het pijn? »

Waarschijnlijk staat er in één of ander boekje dat het ‘knipje’ geen pijn doet. Als zij een vrouw horen gillen van de pijn, wat denken zij dan?
Goh, het boekje klopt niet. Of Goh, deze vrouw klopt niet.

De gyneacoloog schudt aan mijn schouder. Ik kijk hem aan. Hij maakt een beweging naar tussen mijn benen. Ik zie hoe Berend uit mij komt en wordt opgevangen. Onmiddelijk wordt hij op mij gelegd.
Dat voelt zo heerlijk; dat kleine, natte, warme lijfje.
Hij heeft een dik, rond gezichtje Het is gezwollen en er zit bloed op (van mij, gelukkig niet van hem). Hij huilt driftig. De elektrode
zit op zijn voorhoofd. Vlakbij zijn oogjes. Hij is mooi. Het was 15.49u.
‘En, hoe heet deze jongen?’ vraagt de gyneacoloog.
Ik zoek naar adem, ik zoek na mijn stem. Waar is ie? Net had ik hem nog.
Marco, zeg eens wat!’
‘Berend.’ ik hoor een bibberstemmetje, maar het is me toch maar gelukt!
Dan voel ik een nieuwe weeëngolf op zetten.
Wat moet ik doen met Berend? Maar hij is al weg.
Het was misschien maar één perswee, een golf vruchtwater (wegdeinsende witte jassen!) en Maarten kwam er aan; in onvolledige stuit, 8 minuten na zijn broer; 15.57 om precies te zijn.
Als hij op mij ligt, zie ik zijn mooie gave hoofdje en fijn gezichtje. Hij is ook mooi. Hij jammert klagelijk met een erg hoog stemmetje.
Ik bibber zijn naam en ontvang complimenten over onze naamkeuze.
Dit keer mag Marco de navelstreng door knippen, bij Berend hadden ‘zij’ het snel even gdaan.
Er gebeurd nog van alles aan mijn vagina. Een hoop gehannes. Ze gaan hun gang maar. Ik wil niks meer van dat ding weten.
de nageboorte komt. Men verwondert zich over het enorme formaat.
Ze houden hem voor onderzoek. Daaruit komt de bevestiging dat beide jongens een eigen vruchtzak hadden en dat er geen aanwijzingen zijn voor een ééneïge tweeling.
Dankzij de blauwe plekken op Berends gezichtje hadden we meteen vanaf het begin geen enkele moeite om onze zoontjes uit elkaar te houden.
Berend had ook en litteken op zijn voorhoofd van de elektrode. Ik heb verschillende keren gevraagd of die elektrode niet in zijn oog terecht had kunnen komen. De ontkennende antwoorden hebben mij nooit gerust kunnen stellen.
Berend woog bij zijn geboorte 3120 gram en was 49 cm lang. zijn Apgar-score was 9-10.
Maarten woog 3180 gram(Berend weegt nu meer dan 1 kilo zwaarder dan zijn broer!), zijn lengte was 50 cm. Zijn Agpar-score was ook 9-10.
Er was dus geen enkele reden om ze met zoveel haast uit mijn lijf te moeten mangelen.

In het allereerste begin was ik reuze trots op mij zelf. Ik had het gewonnen van de dood en extreme pijnen én twee prachtige kindjes op de wereld gezet. Een schouderklopje zou wel op zijn plaats zijn meende ik.
Marco uitte zijn standaard complimenten, maar dat vond ik wel een beetje lauw. Was hij dan niet bang geweest dat hij mij zou verliezen?!
Berends aangezichtsgeboorte was een complete verrassing voor me. Ik wist niet eens dat een baby zo geboren kon worden. Ik vond het onbegrijpelijk dat er hier geen enkel woord aan werd verspild. Een ‘knipje’ dat pijn doet was naar mijn idee overbodig, maar excuses vond men blijkbaar niet nodig.
Ik bestond niet. De kamer werd al gauw leeg.
Iemand hechtte het ‘knipje’ en sprak onderwijl op zachte geamuseerde toon met een mee kijkende stagaire. De vroedvrouw deed zeer enthousiast over het mooie naaiwerk (schuldgevoel?). Ik heb hier inderdaad geen fysieke last van gehad.
Voor ze weg ging omhelsde ze me. Ik was al te versteend om er op te kunnen reageren. Ik vond haar hypocriet.
Als ik dood was gegaan had er niemand een traan om mij gelaten.
De gyneacoloog kwam nog even langs. ‘Het is goed gegaan, he?’ en hij schudde Marco de hand. Ik kan me echt niet meer herinneren of hij mijn hand ook heeft geschud.
Alleen de kinderarts die de kindjes had onderzocht, bukte naar mijn niveau om míj te vertellen over de jongetjes. Ik vond dat fijn.
Eindelijk iemand die mij zag. Ging vragen stellen om haar bij mij te houden.
Er was personeelsgebrek dus ik werd heel kort gedouched en werd verder verzorgd door een onbeholpen, goedhartig persoon, die zei dat ze het allemaal ook niet wist, maar er wel voor zorgde dat ik de broertjes aan de borst kon leggen. Dat was fijn. Ze dronken goed, die kleine schatjes.
‘Had ik een weeënstorm?’ vroeg ik aan de langsstuivende verpleegster.
‘Welnee!’ zei ze en haalde haar schouders op.
Ik voelde me afval.
We moesten wachten tot er iemand tijd had om ons te ontslaan en om 21.00 mochten we eindelijk naar huis!

Toen we bij huis kwamen liep mijn moeder ons tegemoet en ik voelde de tranen in mij opwellen.
Toen zag ik achter haar twee ranke kleuters in hun pastelkleurige pyamaatjes naar buiten glippen. Mijn dochters! Ik slikte mijn tranen in.
Laat ze alsjeblieft nooit een kind willen. Laat ze in godsnaam steriel blijven!

We gingen in de huiskamer zitten en Berend en Maarten werden uitgebreid bewonderd door hun zussen. Ze hielden hun broertjes heel teder vast en keken ademloos van bewondering naar de kleine poppetjes. Amke en Evie waren vanaf het allereerste begin dol op hun broertjes en nooit jaloers geweest.
Er kwam een kraamverzorgster om mij naar bed te brengen. Het was een doenderige moederlijke vrouw, die er onmiddelijk voor zorgde dat ik boven kwam in bed. Er móest iemand achter mij lopen op de trap. Als ik liep voelde het alsof er een mud aardappelen heen en weer rolde in mijn onderbuik. Ze leerde Marco hoe hij mij schoon kon spoelen nadat ik had geplast. Vervolgens leerde ze Marco hoe hij voor mij moest lopen en mij moest ondersteunen als ik er s’nachts uit moest.
Zo goed en zorgzaam was ik nog nooit behandeld!
We waren er met zijn allen confuus van.
En toe lag ik eindelijk in mijn heerlijke waterbed. Wat was ik toch moe!
Nog even de broertjes voeden voor ik ging slapen.
De naweeën deden zo’n pijn dat ik er misselijk van werd en zij pakte een kom en hield mij vast, terwijl de rest van de familie stilletjes toe keek.
Van mij mocht ze wel voor altijd blijven, maar helaas, ik zou haar niet meer terug zien. Ze was niet de vaste verzorgster. Die zou morgen komen.
Ze nam afscheid met een omhelzing.
Die nacht waren de broertjes heel rustig.
Toch lag ik de hele nacht wakker.

De naweeën

De hele kraamweek werd er niet over de bevalling gepraat. Dat was lekker makkelijk want dan hoefde ik er ook niet over na te denken. Het was net alsof er helemaal geen bevalling was geweest!
De week kwam vooral in het teken staan van de borstvoeding. Iedere keer als de broertjes huilerig en onrustig waren legde ik ze aan. Dan bleven ze eindeloos doordrinken en hielden er vanuit zich zelf niet los. Dus dan maakte ik er na een tijdje zelf maar een eind aan. Al gauw leerde ik hoe ik ze tegelijk kon voeden, want zo lang konden ze lang niet altijd op elkaar wachten. s’Nachts waren ze net zo onrustig en ze sliepen bij Marco en mij, dus de eerste nachten hebben we geen van vieren geslapen.
Op zich dronken ze goed, maar ik kreeg pijnlijke tepels. Ik denk omdat ze zo vaak dronken. Ik begon tepelhoedjes te gebruiken, maar de jongens waren al flink gewend aan mijn tepels en vonden die hoedjes helemaal niet fijn.
Na een paar dagen kreeg ik stuwing en ik dacht: Gelukkig. Nu zullen ze wel gauw kalmeren. Maar er veranderde niks. De druk op mijn borsten was wel minder na het drinken, dus daar lag het niet aan. Had ik nu huilbaby’s?
Eén vriendin, die op kraamvisite kwam in de eerste week, probeerde met mij te praten over de bevalling. Ik weerde het af. Ze probeerde het opnieuw. Toen kwam de vroedvrouw binnen en ging het gesprek over de tepelhoedjes, die zij helemaal niks vond. Gehaast deed ik ze af. Ik voelde mijn vriendin naar mij kijken. De volgende dag ging ze op vakantie en zou ik haar een paar weken niet spreken.
De kraamverzorgster stelde voor de broertjes ombeurten aan te leggen en ombeurten een flesje te geven en ik was zo uitgeput (sinds de bevalling niet meer geslapen) dat ik het idee met beide armen omhelsde.
Het verschil was meteen merkbaar: het broertje dat een flesje kreeg ging daarna lekker slapen.
Het broertje dat aan de borst was geweest bleef onrustig, mocht ook de andere borst leeg slurpen en sliep dan hooguit een klein uurtje.
Het vocht dat uit mijn tepels kwam was vrij transparant, maar ik weet niet meer hoe dat was bij Amke en Evie destijds.
Na een etmaal wisselvoeding was ik er helemaal klaar mee en schakelde volledig over op de fles.
Toch blijf ik mij schuldig voelen. Huilden ze wel vanwege honger.? Huilden ze niet om míj? Voelden ze dat ik hun geen liefde en bescherming kon geven omdat ik op slot zat? Zodra ik mij probeerde te openen voor mijn kinderen, voelde ik die negatieve emoties opkomen en het besef dat niemand mij zou missen als ik dood zou zijn en dan sloot ik mij weer af.
Vanaf de eerste volledige flesvoedingdag werden het heel andere babytjes. Rustige veelslapers, met ingebouwde regelmaat, zoals ik gewend ben en hele verklaarbare verdrietjes. Maarten heeft een tijdje een klein beetje last van krampjes gehad, maar dat waren vlaagjes van een minuut. Voor de rest waren het modelbaby’s. Zíj stonden de roze wolk niet in de weg.

We waren thuis gekomen met een hele stapel papieren. Het één was voor de kraamhulp, het ander voor de vroedvrouw, het volgende voor de huisarts. Voor ons bleven twee kleine afgescheurde kladbriefjes over met wat sumiere gegevens over de jongens. Ik vroeg aan Marco of we helemaal geen bevallingsverslag hadden gekregen. Geen doorslag of wat dan ook? Hij zei van niet.
Wist hij dan nog hoe lang ik hebt geperst. Nou, euh…zo ongeveer.
Wist hij dan wat er allemaal in dat infuus was gedaan? nou, euh…geen idee.
Ik vond het maar raar dat ik zelf geen verslag van mijn eigen bevalling had gekregen. Verdacht zelfs. Hadden ze iets te verbergen? Hebben ze iets met mijn lichaam gedaan wat ik niet mag weten?
Maar misschien zocht ik er te veel achter en is dit gewoon weer opnieuw het bewijs dat men mij die dag niet als mens heeft gezien maar gewoon als een vagina met een casus. Natuurlijk hebben ze mij geen verslag mee gegeven. Heeft iemand ooit een vagina zien lezen?!

Na een week ging de kraamverzorgster weg. Mijn moeder ging een paar dagen naar haar eigen huis.
Een jong kennisje kwam een dagje helpen. In de praktijk kwam het er op neer dat ze vooral met een baby in haar armen zat. Ach, dat is natuurlijk óók belangrijk!
Na 1½ week was Marco een dagje weg om een nieuwe gezinsauto te kopen en was ik voor het eerst een dagje alleen met al mijn kinderen.
En ik huilde de hele dag. Brak helemaal stuk.
Marco kwam thuis en bleef maar vertellen over de auto. Ik zei hem dat ik die afschuwelijke bevalling maar niet kon vergeten.
Hij schrok zich rot. En kwam vervolgens meteen in de verdediging. Er zou namelijk regelmatig aan mij zijn gevraagd hoe het met mij ging en ik had iedere keer ‘goed’ gezegd.
Daar kon ik mij helemaal niks meer van herinneren!
Mijn moeder belde op om te vragen hoe het ging met de broertjes. Ik vertelde haar, ongevraagd ook hoe het met mij ging.
Daar keek ze niet van op. ‘Het is heel normaal dat een ingeleide bevalling zo pijnlijk is.’ zei ze.
‘Waarom heb je mij dat niet eerder verteld?’ vroeg ik.
‘Ik wou je niet bang maken.’ zei ze.
‘Je had het mij moeten vertellen!’
Ze zei dat ik maar moest accepteren dat dit zo is gebeurd, want het moest nou eenmaal zo.

Ik ging er over te praten met vouwen in mijn omgeving en kreeg steeds te horen dat extra pijn logisch was bij een ingeleide bevalling. Ik maakte een afspraak met de gyneacoloog. Ik wist zeker dat er een vergissing in het spel was en dat hij was vergeten mij goed voor te lichten en dat hij daar nu excuses voor zou geven.
Dit gesprek vond ± 3 weken na de bevalling plaats. Ik ging alleen. De relatie tussen Marco was nu niet goed, vandaar.
Hij was niet geïnteresseerd in mijn verhaal.
Hoefde niet van zijn fouten te leren, want die had hij niet gemaakt. Vond het blijkbaar maar raar dat ik er over wou praten. De kindjes zijn geboren, niemand heeft lichamelijke schade, dus waarom zitten we eigenlijk hier?
Hij begon met te vragen hoe het met de jongens was.
‘Goed.’
Als die vraag gesteld wordt, wordt ik wantrouwend. Wil de vrager inderdaad weten hoe het met ze gaat? Of is dit een hint om aan te geven dat er nu er twee gezonde jongetjes zijn geboren dat er verder niets of niemand meer is, die er toe doet?
Hij wees mij er op dat deze bevalling mijn keuze was geweest en dat het van hem niet per sé had gehoeven.
Een zin die ik letterlijk heb onthouden was: « Dit waren hele normale weeën, die moeten prima te doen zijn, maar blijkbaar heb ik jou verkeerd in geschat. »
Hij vertelde mij niet tot waartoe hij mij dan wel had ingeschat, maar het was meer dan duidelijk dat ik niet aan een bepaalde norm voldeed en dat ik mij daar eigenlijk heel erg voor moest gaan schamen.
En: « Natuurlijk had je een ruggeprik kunnnen krijgen, maar daar had je wel even om moeten vragen. Wíj vonden dat het wel lekker vlot ging.
Ík vind een standaard ruggeprik niet nodig, want de meeste vrouwen vinden dit toch prima om te doen. »
En de stelling: ‘De meeste vrouwen beschouwen de weeën van een ingeleide bevalling als pijnlijker als die van een normale, maar wel als prima te doen.’
Subjectieve pijnbeleving, dat zou het volgens hem kunnen zijn geweest.
Subjectieve pijnbeleving vond ik een belachelijke term. Zeg dan maar gewoon dat ik kleinzerig ben!
Maar ik begrijp nu dat deze term heel erg op mij van toepassing is. Het zijn de omstandigheden rondom deze bevalling, die het voor mij zo pijnlijk en traumatisch maken.
Hoofdschuddend bekeek hij het schema waarop de weeën geregistreerd stonden. Dit ging echt niet te snel, voldoende pauzes tussendoor, kortom, niks aan de hand.
Hij gedroeg zich zakelijk, maar vriendelijk. Vaderlijke klopjes op de arm.
Ik mocht niet zeggen dat deze bevalling in scene was gezet, zodat mijn kinderen, heel efficiënt voor vijf uur geboren zouden worden.
En ik mocht niet zeggen dat ik door hun niet als mens werd gezien.
Maar nu, twee jaar later denk ik er nog precies zo over.
Hij zegt :’Wellicht heb je een postnatale depressie.’
Een posnatale depressie is een prettige uitvinding. Bij elke vrouw die kritiek heeft op haar behandeling schuiven we het gewoon af op de hormonen. Klaar.
Toen ik vragen begon te stellen over de rest van de bevalling, haalde hij zijn schouders op. Waarom?
Was hij mijn bevalling alweer vergeten, vond hij hem niet de moeite waard of vond hij dat ik mij niet met zijn zaken moest bemoeien omdat míjn bevalling zíjn zaak is?
Elke zin die hij uitsprak had een onthutsende uitwerking op mij. Toen ik na een uur naar huis liep was het alsof ik mij op drijfzand bevond. Ik voelde mij geraakt in iets wat ik niet kan omschrijven, maar wat in de kern ligt van mijn wezen.
Het duurde weken voordat ik de indrukken van dit gesprek op een rijtje kon zetten.
Dat deze bevalling niet noodzakelijk was geweest.
Dat deze bevalling ons alleen maar ellende heeft gebracht. Dat ik mijn kinderen ook op een veiliger, waardiger en liefdvollere manier op de wereld had kunnen zetten.
Dat ik, nu ik weet wat ik tóen had moeten weten, deze bevalling niet had gewild. Dat alles wat er die dag met mij is gedaan en ín mij is gedaan, tegen mijn wil is gebeurd. Ik was verkracht.

Begrijp me goed. Ik hou zeer veel van mijn kinderen. Als het moet zou ik voor ze willen sterven. Maar alleen uit vrije wil en niet omdat iemand anders vind dat ik dat maar moet doen. En dan ook alleen maar ten bate van mijn kinderen en niet van het ziekenhuis.
Ik begon veel te internetten. Ik werd lid van het forum van de Nederlandse Bond Voor Meerlingouders. Daar was ik het meest op zoek naar lotgenoten. Die waren er niet. Of eigenlijk waren ze er wel, maar hadden ze er vrede mee dat dit was gedaan. Omdat ze er zelf bewust voor hebben gekozen. Of werden bijgestaan door aardig personeel, dat stond aan te moedigen tijdens het baren. Of gewoon omdat het ‘moest’. En er was ook iemand die haar ingeleide bevalling prettiger vond dat haar ‘gewone’. Dus zulke vrouwen zijn er ook. Ze toonden wel begrip en ik kon veel met ze mailen.
Ik vond het vreselijk te moeten ontdekken dat het inleiden van een bevalling ook meer risico’s op complicties met zich mee brengt. Ik dacht aan het gekneusde gezichtje van Berend. De jongetjes hebben een visuele beperking. Stel je voor dat Berend dan ook nog een oog had moeten missen.
Waarom moest dit ons drieën aangedaan worden?
Vriendinnen toonden ook begrip. ‘Natuurlijk had je een ruggeprik moeten hebben.’ zeiden ze. Het koste me toen nog erg veel moeite om woorden te vinden voor mijn gevoel dat die ruggeprik er op zich niet toe deed, dat ik die zelfs niet had willen hebben, maar wel het feit dat ik hier zelf niet voor had kunnen kiezen. Eén vriendin heeft twee keer een keizersnee gehad, maar begreep mij zo goed. ‘Meid, dat ze vanalles met je doen, zonder dat je van hoe of wat is verteld; ik begrijp dat zo. En dan had jij nog die píjn erbij!’
Maar de meeste mensen vonden het raar dat ik er zo over bleef tobben en er zo veel over praatte.
Een buurvrouw zei: ‘Zet het nou maar gauw van je af, want je kinderen worden hier ongelukkig van en dat is dan jouw schuld.’
Ik voelde mij gevangen in de onuitgesproken mythe dat, wanneer je gaat klagen over je bevalling je hier mee eigenlijk aangeeft dat je niet van je kinderen houdt. Hoe zwaarder je bevalling hoe meer je je zelf voor je kind opoffert; een des de betere moeder je bent.
Maar ook mijn kinderen hebben geleden onder hun geforceerde geboorte.
En gebeurde nog iets vreemds. Ondanks alle belemmeringen had ik een prachtbevalling gedaan, maar ik kreeg er niet de credits voor. Niet alleen de mensen die getuige waren van mijn overwinning op hun ongevraagde bemoeienissen, meenden gelijk te hebben met mij te kleineren en te bekritiseren, maar ook de mensen in de wereld om mij heen. De maatschapplijke attitude ten op
zichte van een ziekenhuisbevalling is zeer vreemd. Men vindt dat het ziekenhuis de bevalling heeft gedaan en niet ik. Alsof Berend en Maarten nog steeds in mijn buik hadden gezeten als de gyneacoloog de bevalling niet had ingeleid.
‘Welke gyneacoloog heeft jouw bevalling gedaan?’ vragen ze dan. en dan noemde ik braaf de naam van ‘mijn’ gyneacoloog. Terwijl die man nog nooit een bevalling heeft gdaan, het waarschijnlijnk ook nooit zal gaan doen en het meer duidelijk is dat hij ook totaal geen verstand van bevallen heeft.
Als ik had gezegd: ‘Dr A heeft vanalles gedaan om mijn bevalling te saborteren, maar desondanks is het mij toch gelukt!’ was dat meer de waarheid geweest.

Marco vond ook dat ik dit van mij af moest zetten.’ Je gaat mensen kwetsen met wat je zegt,’ zei hij.
‘En ik dan! Wat zeggen ze allemaal wel niet tegen mij. Mag ik wel zomaar gekwetst worden?!’
Ik verweet hem dat hij helemaal geen foto’s had gemaakt van vlak na de bevalling. Helemaal geen broertje op de buik, of zo. Alleen maar die walgelijke kutfoto. Die beavershot! Wat ben jij voor een vent, die zijn vrouw zo te kijk zet?!
‘Maar ik heb het wél gefilmd!’ zei hij. Is dat zo?
We gingen samen naar de film kijken. En dat was heel mooi. Want de geboorte van de jongens op zich was een heel mooi moment. We zaten er hand in hand naar te kijken.
Na afloop was ik zelf heel ontroerd. Maar nu was Marco in een mineur. Het viel hem nu pas op hoe ik werd genegeerd zei hij. Dat er niet of nauwelijks op mijn vragen werd gereageerd. Dat men wel erg druk bezig was met mijn vagina, maar dat er naar míj niet werd gekeken.
‘Op het moment zelf viel het mij niet op, want ik was zo trots op jou.’ zei hij.
Vanaf dat moment begon hij naar mij te luisteren en konden we weer met elkaar praten.
Hij gaf toe dat hij zich op het laatst van de ontsluitingsfase zich best wel zorgen over mij had gemaakt. Ik was onrustig en niet bereikbaar.
Maar de vroedvrouw had hem geruststellend toe geknikt en daaruit maakte hij op dat dit allemaal heel normaal was en had hij zijn zorgen van zich afgezet.

Ik belde de vroedvrouw op.
‘Minke, gaat het niet goed met je? Goh, en je was zo stoer. ‘
Aha. Alweer iemand die mij blijkbaar verkeerd heeft ingeschat.
Ik hoorde haar praten tegen iemand anders in de kamer. ‘Zie je wel! Ik zei het toch.’
Ze kwam meteen. Ze had een meisje mee. Een stagiare of zo.
‘Hoe gaat het met de jongens?’
‘Goed.’
Ze bleek niet verbaasd dat het mij allemaal zo was tegen gevallen. Dat was heel normaal in zo’n geval. Een ingeleide bevalling kan pijnlijk uitpakken omdat je lichaam en geest nog niet klaar zijn voor de geboorte, wist ze heel slim te vertellen. En: vrouwen hebben vaak het gevoel dat hun bevalling is afgepakt. Wat ik tóen klinklare onzin vond (was het maar waar, zeg!), maar ik zie er nu wel iets in. sterker nog: zelfs mijn lijf hebben ze afgepakt!
Ze vond het de schuld van het ziekenhuis en van mij.
‘Natuurlijk hoefde je nog niet ingeleid te worden. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen!
Natuurlijk had je die gyneacoloog niet moeten vertrouwen. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen!’
Ja, dat had ze kunnen doen.
‘Natuurlijk had dat gesprek geen enkele zin. Dat had ik je ook wel kunnen vertellen. Dacht je nou echt dat die vent denkt dat jíj wat belangrijks had te vertellen?!’
Ik vroeg haar waarom ze mij dit niet eerder had verteld. Ze zou het wel gedaan hebben als ík niet zo zeker van mij zelf was geweest, zei ze.
Ze verontschuldigde zich niet voor het gebrek aan voorlichting. Ook zij vond dat ik mijn trauma aan mij zelf te danken had.
Opnieuw zakte ik een stukje verder weg in het drijfzand.
En toch gaf ik haar die foto mee. Waarom deed ik dat? Tja. Iedereen leek het zo vanzelfsprekend te vinden dat dit met mij is gedaan, dat mijn vagina niet meer voelde als iets dat van mij zelf was.
Er zijn zoveel dingen mee gedaan zonder een fatsoenlijke reden of uitleg. Het was publiek bezit geworden.
Die foto kon mij op dat moment gewoon niet meer zo veel schelen. En zij wou toch zo graag dat het gemaakt werd?
‘Praat er met je moeder over,’ zei ze.
Ik kijk wel uit. ‘moeders begrijpen álles,’ zei ze.
De vurigheid warmee ze haar afkering over het ziekenhuis uitbraakte was verbijsterend. Waarom verwijst ze haar patienten door naar dit ziekenhuis als ze er zo over denkt?

Een week of 3 later doe ik tijdens de nacontrole een verslag van mijn bevalling. Later bleek dat de co-arts bij de bevalling aanwezig was geweest!
Dat zei ze toen niet, dus ik vertel dingen die zij allang wist.
Aangekomen bij het ?knipje? vroeg ze verschrikt:
?Maar werd je niet verdoofd dan?!?
?Nee,?
?Jakkes!? zegt ze.
Had ik daar óók om moeten vragen?
Vanwege mijn gedram over die inhumane bevalling haalt zij de gyneacoloog erbij. Na de nodige armklopjes, verwijst hij mij door naar een ziekenhuispsycholoog. Een man die veel verstand had van weeën, zei hij.
Een man.
Maar ik ga. Te lam om voor mij zelf te kunnen oordelen.
Ik praat met hem een heel uur over de weeën.
Ondertussen vóel ik dat die weeën allang mijn probleem niet meer zijn. Maar ik kan dat gevoel nog niet onder woorden brengen.
Het is een aardige, integere man. Als er onduidelijkheid ontstaat over mijn naam (op mijn dossier staat nog steeds mijn mans naam, maar ík heet anders), pakt hij een pen en maakt in een paar seconden een eind aan dit misverstand.
Dat had de gyneacoloog natuurlijk ook wel even kunnen doen.
Ík had natuurlijk ook wel even tegen hem kunnen zeggen dat hij dat moest doen!

Amke en Evie vermaakten zich prima in de zomervakantie. Normaal zijn het niet zulke poppenmoedertjes, maar nu speelden ze erg veel met hun babyborn poppen. Het was vertederend om te zien hoe lief ze er over moederden. Ze speelden ook ‘geboren worden’. We hebben van die ei-stoelen van IKEA. Het zijn kinderstoeltjes, die helemaal dicht kunnen. Dan klapte één de deksel open en riep: ‘Tada! Ik ben geboren!’
Regelmatig zagen ze mij huilen. Eerst schrokken ze er van.
‘Mama heeft verdriet, maar dat komt niet door jullie.’ zei ik dan en na een poosje raakten ze er aan gewend.
Toen ze weer naar school gingen, werkte ik volgens een strak regiem om het werk gered te krijgen. De broertjes gaf ik ombeurten de fles.
Diegene die hem het eerst op had zat uit te buiken in de wipstoel en ondertussen kreeg de ander zijn fles. Die kon dan bij mij uitbuiken.
Het was heel troostend om ze vast te kunnen houden en te koesteren.
Elke dag deed ik er eentje in het badje. Met grote blauwe ogen keek het jongetje toe terwijl de tranen over mijn gezicht liepen.
Ze waren erg laat met hun eerste lachjes. We wisten nog niks van hun visuele handicap, dus ik dacht dat dat kwam doordat ik zelf zo weinig lachte.
Na een poosje wist ik mijn verdriet beter in te bakenen.

Een bepaald moment voel ik mij echter zo depressief dat ik mij zorgen maakte over mij zelf en maakte een afspraak met de huisarts.
Ik kreeg een kil ontvangst. Wederom iemand die niet geïnteresseerd was in mijn verhaal. Haar oordeel luidde als volgt: ‘De meeste vrouwen vinden deze pijn prima te doen (hele bekende woorden!), maar jij dus niet. Dat moet je maar accepteren, of je verzuurt maar.’
Ze zei er nog wel bij dat ze het erg jammer zou vinden als ik zou gaan verzuren.
Ze zei dat vrouwen van te voren waarschuwen geen zin heeft. ‘Dat maakt ze toch alleen maar bang.’
Toen ik even later begon te vertellen dat ik mij nu al zorgen begon maken over de dag, 20/30 jaar na nu, dat één van mijn dochters mij zou komen vertellen dat ze zwanger is, viel ze mij, alweer, in de rede. Nee, want dan kun je ze waarschuwen…..?

Na afloop voelde ik mij fysiek ziek van de stress. Het drijzand sloot zich boven mij. Het was alsof ik stikte. De boodschap dat deze
verkrachting normaal en legaal werd gevonden was onverdragelijk. Hoe denken zulke mensen over mijn kinderen en mij? Zijn wij dan zo minderwaardig?
Het is ook het enige moment geweest dat ik er serieus even over dacht om zelfmoord te plegen Ze schreef mij anti-depressiva voor. Na 3 dagen ben ik daar mee gestopt. Ik werd er ziek van en bovendien: liever depressief dan gesmoord.
Een paar maanden na deze preek ontving ik de nota thuis. Ik schreef een pinnige brief, waarin ik haar duidelijk maakte dat ik dit gesprek totaal niet de moeite waard vond om voor te betalen. Ze belde op. Ze eiste excuses. Die kreeg ze niet.
Als ik er zo over dacht kon ik maar beter een andere huisarts gaan zoeken, zei ze. Want anders voorzag ze vreselijke problemen wanneer ik met één van al mijn kindjes bij haar zou komen.
Verwachtte ze moeilijkheden van mijn kant of was dit een verkapte bedreiging?
We zullen het maar bij het eerste houden.
Ik ging op zoek naar een andere huisarts.

Naweetjes

Eén van de mede forummers had over mijn geval gehad met haar gyneacoloog. Die had tegen haar gezegd dat ik naar de klachtencommissie van mijn ziekenhuis moest gaan.
Uiteindelijk besloot ik dat te doen. Ik diende deze klacht in september in.
In oktober volgde een gesprek met de voorzitster van de klachtencommissie. Ik kon mijn klacht toelichten en zij legde de officiële procedure uit. Het was een zakelijke mevrouw, maar ik kreeg op zich niet de indruk dat ze mij niet welgezind was. Wel richtte ze zich erg vaak tot Marco, als of ze mij niet helemaal voor vol aanzag.
De ziekenhuis psycholoog vond het heel verstandig van mij dat ik een klacht had ingediend. Wel vond hij het beter dat mijn behandeling bij hem beëindigd zou worden, vanwege de ‘besmette’ relatie. Ik stemde in. Ik had via een kennis een therapeute gevonden, bij wie ik veel begrip ondervond. Ik vroeg aan haar: ‘Ik weet dat ik deze bevalling goed heb gedaan, maar toch voelt het als één grote mislukking. Hoe kan dat toch?!’
‘Dat komt door de mensen om je heen.’ zegt ze.
‘Jij hebt een topprestatie verricht, maar het enige wat zij tegen jou zeggen is wat jij allemaal tekort schiet. Volgens hun ben jij te
kleinzerig, te goedgelovig en te dom. Daardoor ben jij dat ook gaan denken.’
Het was geen reguliere therapie, waardoor dit niet werd vergoed. Achteraf denk ik dat ik toen te vroeg ben gestopt met deze therapie. Wel jammer.

Pas in maart van het volgende jaar kwam het tot een vervolg bij de klachtencommissie. Het kwam tot twee gesprekken. Eén met de klachtencommissie en daarna één met gyneacoloog zelf. Ik had nl nog steeds geen schriftelijke of mondelinge overdracht gekregen over mijn bevalling.
Hoewel de gyneacoloog mij had onderworpen aan een tal van standaard procedures ontkende hij stellig dat hij mij had behandeld als een object. Dit werd geaccepteerd.
De huisarts die in de klachtencommissie zat zei dat het helemaal niet waar was dat een inleidende bevalling pijnlijker of anders verliep dan een normale. En dat van die complicaties zei hem ook niks.
Verpletterend!
De conclussie was dat ik op het verkeerde been was gezet door andere ervaringsdeskundigen.
Daarmee bedoelen ze andere moeders en het was duidelijk dat hetgeen zij te vertellen hadden van ondergeschikt belang was ten opzichte van wat de gyneacologie er over heeft te vertellen.
Wat denken ze dan? Dat moeders liegen, of zich aanstellen, of zijn ze gewoon te dom om te kunnen voelen wat ze voelen?
Notabene de gyneacoloog voelde zich genoodzaakt om in te grijpen. Hij benadrukte meerdere keren dat dit in sommige gevallen toch echt wel waar was. Maar ‘ik had het Minke niet verteld, want ik wou haar niet bang maken.’ Deze verklaring werd geaccepteerd. Oftewel: een vrouw kan maar beter het risico lopen verkracht te worden dan bang te zijn.
Hij zei dat ik wel hulp zou hebben gekregen als ik had gezegd dat ik het zo zwaar had, ‘Maar ze zei niks.’
Ik protesteerde. Ik had wel degelijk aangegeven dat dit niet goed voelde. Maar er werd niks mee gedaan. Ik keek naar Marco. Hij moest me helpen.
hij moest zeggen dat hij zich zorgen over mij maakte, maar dat de vroedvrouw dit had weggesust, (omdat ze dit de juiste straf vond voor mijn goedgelovigheid?) Maar Marco zei niks. Hij liet mij in de steek Ze gingen over op een ander onderwerp.
Ik was te overrompeld door dit alles om goed voor mij zelf op te kunnen komen. Goed geïnformeerd worden beschouwde ik toen nog als enkel een moreel recht. Ik weet nu dat het ook een juridisch recht is. Een arts is bij wet verplicht zijn patienten goed voor te lichten, niet om de waarheid heen te draaien en vragen niet te ontwijken. Als ik toen wist wat ik nu weet had ik dit anders aangepakt. De voorzitster van de commissie was juriste, die zou het wel geweten hebben.
Tijdens het gesprek kwam aan de orde dat ik de folder over pijnbestrijding niet had gekregen. Excuses. Dat had wel gemoeten.
O ja, het inleiden was wél absoluut noodzakelijk.
Waarom dan wel, hoefde hij niet eens uit te leggen!

En lange tijd later kwam er nog een gesprek met de gyneacoloog alleen. Ik was ditmaal zo verstandig om Marco mee te nemen.
Tijdens dit gesprek leek het hem ineens héél erg onwaarschijnlijk dat het inleiden zoveel pijn had veroorzaakt. Het feit dat Berend met zijn gezicht kwam, was een veel waarschijnlijker oorzaak. ‘Ik weet het niet. het is geeen exacte wetenschap.’
zei hij nu. En daarin geef ik hem groot gelijk.
Maar ik vind het wel een opmerkelijke uitspraak voor een man, die in het dagelijks leven blijkbaar niks beters heeft te doen dan zijn cliënten te onderwerpen aan een reeks van standaard procedures en protocollen.
En natuurlijk mocht ik best weten wat er allemaal met mijn bevalling is gedaan. Hij zou zijn patienten heus niet bewust van informatie onthouden, hoor. Maar de meeste vrouwen hebben daar geen behoefte aan. Die letten wél op.
Hij zei nog een keer met klem dat ik er echt niet ingeluisd was vanwege voor hem praktische motieven. ‘Maar,’ zei hij snaaks ‘Het komt natuurlijk wel mooi uit als dit toevallig zo gebeurd.’
Jaja.
Hij was zelfs een keer zo vermetel om mij ‘lieve Minke’ te noemen. en hij boog zich voorover om mij een klopje op de arm te geven. Ik hief mijn hand op om hem af te weren, want zijn vaderlijke maniertjes vond ik allang niet meer prettig; alleen maar kleinerend en onderdrukkend. Ik weerde hem af en toen zaten we zomaar hand in hand!
Ik durfde niet naar Marco te kijken.
Ik dacht aan die hand toen hij zo diep in mijn vagina zat en begon te huilen. Want terwijl ik daar hand en hand zat met mijn gyneacoloog besefte ik ten volle hoe legaal hij mij had verkracht. Een gyneacoloog mag dit gewoon doen.
Hij hoeft geen goede motivatie aan te dragen om zijn hand in mijn vagina te schuiven. Het feit dát hij gyneacoloog is, is de motivatie.
Hij heeft zonder mijn toestemming te vragen (want toestemming geven zonder goed geïnformeerd te zijn, ís geen toestemming) mij mijn zeggenschap over mijn lichaam ontnomen en het geforceerd omdat hij er zelf profijt van heeft. In mijn ogen is hij geen haar beter dan een man die een vrouw sexueel verkracht. Of je het doet vanuit lust of vanuit gemakzucht, er is in mijn ogen geen verschil.
Maar de wereld om mij heen, de maatschappij vind van wel.
En daar heb ik helemaal niks tegen in te brengen.

Ik hoor het mij zelf nóg zo zeggen tijdens het gesprek met de klachtencommissie: ‘Als ik van te voren had geweten wat ze allemaal met mij zouden gaan doen, was ik wel thuis gebleven. Dan had ik de jongetjes wel in mijn eentje gebaard.’
Men deed zijn best de schampere lachjes wat te verbergen en ging er verder niet op in. Dit was een onzin-opmerking. Dat was duidelijk.
Maar ik wist dat ik het had kunnen doen. Er zat geen enkel positief element bij de hulp, die mij was opgedrongen.

Ik had de klachtencommissie gevraagd om een
uitspraak te doen. Daarin stond dat de informatie
voorziening wel iets beter had gekund.
Ongeveer een jaar na de geboorte van de broertjes ontving ik een brief die was ondertekend door de directeur van het ziekenhuis. Daarin werd mij excuses aangeboden voor het feit dat ik niet goed was voorgelicht. Ze zouden hun maatregelen nemen om te voorkomen dat dit nog een keer zou gebeuren. Namelijk: De patientenfolder over pijnbestreiding zal worden aangepast.
Een paar maanden nadat ik de hele papierzooi teleurgesteld onderin mijn administratiela had geduwd, meende ik dat ik misschien eens moest proberen schadevergoeding te eisen op basis van dat ene toegegeven feitje. Maar wat voor bedrag zou ik dan gaan eisen?
Ik begon met te bellen naar de consumentenbond.
Die kon mij niet helpen, maar kon mij een telefoonnummer geven van iemand die mij zéker wel kon helpen. De persoon die ik toen aan de lijn kreeg kon mij niet helpen, maar mij wel het nummer geven van iemand die mij zéker wel kon helpen. Enfin, zo’n tien telefoontjes later kreeg ik een letselschade-jurist aan de lijn, die mijn casus wel wou behandelen.
Hij nam hierbij hetzelfde uitgangspunt als ik al van plan was, dus: niet meer discusseren of inleiden wel of niet pijn doet, niet discusseren of dat inleiden nou wel of niet nodig was, maar de eis puur op dat ene toegegeven feitje baseren.
Belachelijk natuurlijk, want ik zou nooit een ruggeprik hebben genomen (hiermee zou ik mij zelf nog afhankelijker en onmondiger hebben gemaakt tov hun), maar het is weer een middel om de gyneacologie aldaar wat aan hun wijze van voorlichting te gaan doen.
Hij ging voor mij aan de slag.
En dat doet hij nu nog steeds…………………..

Naschrift, geschreven op 7 november 2010:
Afgezien van een erfelijke oogafwijking zijn beide jongens voornamelijk gezond. Het is vooral Maarten aan wie te merken is dat zijn geboorte een flinke indruk op hem moet hebben gemaakt. Zo heeft hij last van een zwakke spiertonus, wat in verband gebracht kan worden met zijn geweldadige geboorte. Maarten is ook een heel sensitief jongetje, die zich heel snel bewust is van onuitgesproken dingen die ‘in de lucht hangen’.
Ik heb destijds, naar ik meen, 500 euro schadevergoeding gekregen. Dat was genoeg om wat financiële gaten te dichten, die waren ontstaan door de koopverslaving die ik had ontwikkeld na dde laatste bevalling.
Twee jaar na de geboorte van de jongens vond ik een kort berichtje van iemand in mailbox. Ze had mijn verhaal gelezen en schreef in een paar zinnen precies de juiste woorden, die mij eindelijk het gevoel gaven dat er dan toch iemend was die mij begreep. Ik mailde haar terug; zij nodigde mij uit voor een Yahoo-mailinglist voor vrouwen die bewust zonder medische assistentie wouden gaan bevallen. Ik was verbaasd en geschokt. Bestaat en zo iets dan?! En is dat niet heel erg gevaarlijk?! Maar tegelijkertijd voelde het zo juist dat ik mij heb ingeschreven.
Hier leerde ik dat:
* Het inleiden van een geboorte, het risico op een kunstverlossing met 15% doet toe nemen, in vergelijking met een ‘normale‘ gemanegde geboorte (en gezien de nadelen van geboren worden met een kunstverlossing zou inleiden dus gewoonweg bij wet verboden moeten worden)
* Het manueel breken van de vliezen indalingsproblemen kan veroorzaken (zoals een aangezichtsligging)
* Dat bewegingsdrang een hele gezonde fysieke reactie is om indalingsproblemen en dat je hier door alsnog je baby naar de goede weg kunt helpen; de ultieme wijsheid van je lichaam en de natuur.
En nog veel en veel meer…
En toen dacht ik: Dat zouden meer vrouwen moeten weten, maar hoe breng ik dat goed over? Ik begon met het plannen van een eigen zwangerschapscursus, maar stuitte steeds op tegen het probleem angst: Het is de angst voor de geboorte dat er voor heeft gezorgd dat wij mensen er gekke dingen mee zijn gaan doen. Hoe haal je die angst weg?! Toen kwam ik tijdens mijn research HypnoBirthing tegen, een zwangerschapscursus dat het antwoord gaf op deze vraag.
En nu ben ik HypnoBirthingpractitioner.

# 36 – Anoniem 3 – Nederland

31 Jan

Toen mijn dochter, een dag oud, niet stopte met huilen omdat ze honger en mamahonger had en ik daardoor niet kon slapen, haalden ze haar bij me weg en lieten ze haar op de gang buiten mijn gehoorsafstand huilen zodat ik kon (moest) slapen. Ik, verse mama, had geen idee en liet me overrompelen.

#35 Anoniem 2 – Nederland – 2003

31 Jan

Nederland 2003

Ik was zwanger van mijn eerste kind en ‘s avonds braken mijn vliezen spontaan. De verloskundige kwam halverwege de nacht langs en ging snel weer verder naar de volgende bevalling. Ik graag dat de verloskundige weer zou komen omdat ik wel wat steun kon gebruiken. Meerdere malen beloofde ze te komen, maar kwam dan toch niet omdat ze bezig was met een andere bevalling. Toen haar dienst voorbij was, kwam de volgende verloskundige. Samen zijn we naar het ziekenhuis gegaan voor pijnbestrijding. Daar aangekomen was er geen tijd meer voor pijnstilling omdat ik 8 cm ontsluiting had. Ik wilde op de baarkruk bevallen, maar moest op bed blijven liggen. Ik had persweeën, maar moest ze weg zuchten. Ik wilde omhoog, maar moest op mijn zij (dan op de ene en dan op de andere). Ik kon de persweeën niet weg zuchten, waarop het geluid van het CTG apparaat harder werd gezet, want als ik zou horen hoe de hartslag iedere wee omlaag ging zou ik vast de weeën wel kunnen weg zuchten. Toen ik eindelijk mocht persen moest mijn zoon er snel uit. Zonder iets te vragen kreeg ik een knip en werd mijn zoon met een prima APGAR score geboren.
Er werd mij geen toestemming gevraagd voor het toucheren en voor het knippen. Er werd totaal niet naar mijn wensen geluisterd.
Anoniem

#26 Anoniem 1 – Nederland – 2011

29 Jan

Zelf kijk ik heel negatief terug op mijn bevalling en kraamtijd, heb me nooit begrepen gevoeld en nooit de juiste steun gekregen. Tot op de dag van vandaag heb ik het er nog moeilijk mee.

De bevalling van mij begon om 2 uur ‘s nachts, de vliezen waren toen gebroken, gelijk kreeg ik toen volop weeën. De verloskundige gebeld en die zei toen: het is de eerste dus het kan nog wel even duren, maar de weeën bleven elkaar maar opvolgen. Ik ze maar ophouden, wist ik veel.

Na een paar uur heeft mijn man maar eens gebeld en toen een uur daarna kwam de verloskundige nog met z’n instelling dat het wel mee zal vallen en dat ze dat ze zoweer weg zou gaan. Ze keek toen en ik bleek toen al 10 centimeter onsluiting te hebben. Ze ging dan maar even haar spullen uit de auto pakken. Waarschijnlijk heb ik al die uren al persweeën gehad of in ieder geval een groot deel ervan want de verloskundige was er rond 8 uur ‘s ochtends.

Nou ik moest maar even gaan liggen, achterste voren op bed met mijn hoofd waar normaal de voeten liggen en mijn voeten waar normaal je hoofd ligt. Dat lag al helemaal niet prettig en het grote licht moest aan anders zag ze niks, zo zei ze nu hebben we 2 uur de tijd dan moet het kindje er zijn. Ik was totaal niet ontspannen, de verloskundige was naar mijn idee ook alleen maar op de klok aan het letten, dat het binnen die 2 uur moest gebeuren.

Natuurlijk gebeurde er niks, ze zag al wel haartjes zei ze, toen heeft ze mijn blaas leeg gemaakt en ik bleef maar wel weeën houden. Op een gegeven moment zei ze: ik ga bellen dan gaan we naar het ziekenhuis, ik was al helemaal op toen en heb het gewoon allemaal laten gebeuren. Had ik maar meer gezegd of aangegeven dat ik niet prettig lag, maar wist ik veel. Het was de eerste keer en je denkt: zij zal het wel weten.

Toen kwam de ambulance, werd ik in een pyjama gehezen, met moeite de trap af en op de brandcare de ambulance in onder tussen was het rond 10 uur heb ik van later horen zeggen. Het was de ellendigste rit ooit met de ambulance, telkens weeën die ik op mijn zei liggende op moest houden. De ambulance moest nog keihard in de remmen. Eenmaal in het ziekenhuis had ik helemaal geen controle meer over mijn eigen lichaam, kreeg gelijk een infuus, werd ingeknipt, kreeg allerlei spuiten en moest maar blijven persen, ze stonden wel met 5, 6 man om mijn bed.

Uiteindelijk is onze dochter met de vacuümpomp gehaald, met 2 man van onder trekken en een man duwde met zijn volle gewicht van boven mijn ribben mee, zeg maar naar beneden duwen. Toen mijn dochter er was werd ze wel gelijk bij mij gelegd en kreeg ze gelijk een zetpil ingeduwd. Daarna wou de placenta niet komen ben ik veel bloed verloren, viel ik zelf helemaal weg een paar minuten ook van horen zeggen.

Al met al kijk ik dus niet positief terug op mijn bevalling en had alles naar mijn idee niet zo hoeven lopen als de verloskundige eerder was gekomen, ze niet zo stresvol op de tijd had gelet en ik me meer had kunnen ontspannen. Na de bevalling was ik heel zwak, heb ik een bloedtransfusie gekregen.

Ook huilde mijn dochter heel veel en heb ik haar helaas toen al door verkeerde adviezen niet vaak genoeg aangelegd, haar niet bij me genomen, is ze de eerste nacht meegenomen door de verpleging omdat ze zoveel huilde en ze vonden dat ik rust moest hebben, daar heb ik op de dag van vandaag nog spijt van dat ik haar mee heb laten nemen. Maar wist ik toen veel, net bevallen helemaal uitgeput, hormonen die door mijn lichaam spookten, dan denk je: hun zullen het wel weten.

Wat heb ik een spijt dat ik me niet meer verdiept hebt in wat de kleintjes nodig hebben de eerste weken, maanden en dat is veel bij de mama zijn. Maar dat is iets wat je zelf moet weten blijkbaar want die adviezen krijg je van niemand. Helaas mochten we de volgende dag nog niet naar huis omdat ik niet zelf kon plassen. Nog een nacht langer in het ziekenhuis.

Eenmaal weer thuis, hadden we een kraamhulp die ook vond dat er vier uur tussen een voeding moest zitten dat een baby in haar eigen bedje hoort, best even mag huilen. Alles ging wel zo tegen mijn gevoel in, maar ik was zwak en kon nog maar met moeite van bed naar de badkamer komen en dacht helaas weer: de kraamhulp is ervaren dus zal het wel weten.

Onze dochter heeft in het begin heel veel gehuild, het was natuurlijk een moeilijke start, heftige bevalling, verkeerde aanpak wilde natuurlijk voeding en fijn bij mama kunnen zijn. Na 6 weken had ik de moed om naar een lactatie deskundige te gaan en die heeft mij toen verteld: voeden op verzoek. Op het consultatiebureau adviseerden ze bijvoeding, maar was ik blij dat ik toen al contact had met lactatiedeskundige en dat ze de tip vaker aanleggen gaf. Toen ben ik me ook meer gaan verdiepen in borstvoeding en ik geef gelukkig nu nog steeds borstvoeding, dochtertje is nu 17 maand.

Toen mijn dochtertje 12 weken was moest ik weer aan het werk, hier waren we eigenlijk nog helemaal niet klaar voor ik voelde me pas een paar weken voordien iets sterker maar was nog steeds heel snel moe 12 weken is ook nog maar zo kort om je nieuw geboren kindje te leren kennen en dan moet je er al gelijk weer afstand van doen, dat was zwaar. Mijn dochter heeft ook veel gehuild bij de oppas, ook wel dat ze belden van kom maar het gaat echt niet. Nog steeds vind ik het zwaar om erbij te moeten werken, maar met mijn dochtertje gaat het nu wel goed bij de oppas al zal ik haar veel liever elke dag zelf bij me hebben. Maar ik heb wel spijt dat ik me in sommige dingen zelf voordien niet meer verdiept hebt zoals veel huid op huid contact, je kindje veel bij je houden dragen, voeden op verzoek, geen speentje etc. Dan vind ik het inderdaad jammer dat je vanuit hulpverleners zoveel verkeerde adviezen begeleiding krijgt.